Duurzaam beleggen betekent dat je belegt in fondsen die naast rendement ook rekening houden met milieu, maatschappij en goed bestuur (ESG). In dit artikel vind je uitleg over de drie strategieën, de SFDR-labels, het effect op je rendement en welke duurzame fondsen ik zelf het degelijkst vind. Ben je nieuw met beleggen? Begin dan met Beleggen voor beginners.
Duurzaam beleggen vergelijken? Kies “Strikt duurzaam” in de FOB Vergelijker voor indexfondsen, ETF’s en brokers. Daar zie je voor jouw inleg en horizon welke combinatie van fonds en broker het goedkoopst uitpakt. Alle daar getoonde fondsen kwalificeer ik als uitstekend.
Let op: met beleggen kun je jouw inleg verliezen.
Wat is duurzaam beleggen? De drie strategieën
Duurzaam beleggen, ook wel ESG-beleggen genoemd (Environmental, Social, Governance), gebeurt in de praktijk via drie strategieën. Ze lopen op in striktheid: van een milde screening (ESG) via stevige uitsluiting (SRI) naar een directe bijdrage aan een doel (impact).
Positieve selectie (ESG, best-in-class)
De mildste strategie is positieve selectie: per sector kies je de bedrijven die het beste scoren op ESG-criteria (best-in-class). Dit is de basis van de meeste ESG-indexfondsen. Het kan voorkomen dat een bedrijf goed scoort op S en G maar niet op E, en de meeste ESG-fondsen sluiten geen complete sectoren uit — daarom kom je nog steeds olie- en gasbedrijven tegen in een ESG-ETF.
Belangrijk: twee fondsen die allebei “ESG” in de naam hebben, gebruiken lang niet altijd dezelfde criteria. De bedrijven die de ESG-indices opstellen (de zogeheten ESG rating agencies) hanteren onderling sterk verschillende maatstaven, en zijn het over een bedrijf vaak verrassend oneens. Een kritische houding bij het kiezen van een ESG-fonds is dus op zijn plaats. Verderop, bij Hoe weet je of een fonds écht duurzaam is?, leg ik uit hoe groot die onenigheid is en waar je dan wél op let.
Uitsluiten (SRI)
Een stap strenger is uitsluiten: bedrijven of hele sectoren weren uit je portefeuille, denk aan tabak, controversiële wapens, gokken of fossiele brandstoffen. De meest uitgesproken variant heet SRI (Socially Responsible Investing): beleggingen worden actief geselecteerd of geëlimineerd op basis van ethische richtlijnen, waarbij doorgaans veel meer bedrijven worden uitgesloten dan bij een gewoon ESG-fonds. Hoe meer je uitsluit, hoe duurzamer je profiel — en hoe sterker je afwijkt van de brede markt.
Impactbeleggen
De strengste vorm is impactbeleggen: hierbij staat een positieve impact van de belegging boven het beleggingsresultaat. Beleggen in een organisatie die schone energie ontwikkelt, ongeacht of succes gegarandeerd is, is hiervan een voorbeeld. Ook het voldoen aan de duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN wordt bij impactbeleggen wel als selectiecriterium gebruikt.
Uitsluiten versus stembeleid
Let ook op het verschil tussen uitsluiting en stembeleid: die twee garanderen elkaar niet. Uitsluiting filtert bepaalde (klimaat)risico’s uit je portefeuille; een duurzaam stembeleid maakt impact doordat de fondsbeheerder als aandeelhouder vóór groene resoluties stemt.
Een fonds met veel uitsluitingen kan een lauw stembeleid voeren, en omgekeerd kan een fonds met nauwelijks uitsluitingen juist krachtig groen stemmen. Het rapport Voting Matters 2024 van ShareAction beoordeelt het stemgedrag van fondsbeheerders; daaruit komt Cardano (en ook Amundi) als relatief groen naar voren, terwijl Northern Trust op dat punt minder ver gaat. De bekende aanbieders Vanguard en iShares stemmen nauwelijks of niet groen.
Wil je vooral klimaatrisico mijden, kijk dan naar de uitsluitingen; wil je via je stemrecht impact maken, kijk dan naar de beheerder.
Wat is de beste duurzame ETF?
De beste duurzame keuze is voor de meeste particuliere beleggers een combinatie van CARIW + CARIEM (de Cardano ESG Transition Enhanced Index-fondsen voor ontwikkelde en opkomende markten). Het biedt wat mij betreft de beste balans tussen duurzaamheid en spreiding: het sluit serieus bedrijven uit, stemt zeer groen op aandeelhoudersvergaderingen en houdt je spreiding breed genoeg om je risico in toom te houden.
Je belegt er wereldwijd gespreid mee, en de fondsen hebben een belastingvoordeel doordat ze dividendlekkage minimaliseren. Het goedkoopst houd je deze combinatie aan via Interactive Brokers; wil je er volledig geautomatiseerd in beleggen, dan is Saxo AutoInvest de voordeligste route. Als je via deze link een Saxo beleggingsrekening opent krijg je €100 transactietegoed kado. Je ziet dat niet terug als je op de link klikt, maar krijgt het tegoed wel.
Welke duurzame combinatie voor jouw situatie het goedkoopst is, hangt af van je inleg, horizon en voorkeur (wel of geen kleine bedrijven, automatisch of niet).
Wil je het beleggen liever helemaal uit handen geven, dan zijn Brand New Day en Meesman kant-en-klare duurzame opties — die bespreek ik verderop.
Hoe begin je met duurzaam beleggen?
Duurzaam beginnen met beleggen gaat in drie stappen: bepaal wat je belangrijk vindt, kies hoe je belegt, en controleer het fonds.
Bepaal eerst je uitgangspunten. Welke sectoren wil je uitsluiten, en telt het stembeleid van de beheerder voor je mee? Hoe strenger je screent, hoe meer je afwijkt van de brede markt — dat is de afweging tussen je principes en je spreiding.
Kies daarna de vorm. Je belegt zelf via een broker in duurzame ETF’s of indexfondsen, of je geeft het uit handen aan een aanbieder die een kant-en-klare duurzame portefeuille voor je beheert.
Controleer tot slot het fonds. Kijk naar het SFDR-label (de duurzaamheidsclassificatie volgens de Europese Sustainable Finance Disclosure Regulation), het percentage uitgesloten bedrijven en de lopende kosten. Wat die labels betekenen en welke fondsen ik degelijk vind, lees je hieronder.
Welke duurzame fondsen kun je kiezen?
Voordat je een fonds kiest, helpt het de SFDR-labels te kennen. SFDR dwingt fondsen eerlijk te zijn over hun duurzaamheid, om greenwashing tegen te gaan.
Een fonds valt in een van drie categorieën: artikel 6 (geen duurzaam doel, “grijs”), artikel 8 (promoot duurzame kenmerken, “lichtgroen”) of artikel 9 (een meetbaar duurzaam doel, “donkergroen”). Je vindt het label in de factsheet of het prospectus.
Twee kanttekeningen die makkelijk over het hoofd worden gezien. Ten eerste zegt het label iets over de intentie en de rapportageplicht van een fonds, niet automatisch over hoevéél een fonds uitsluit. Kijk dus ook naar het percentage uitgesloten bedrijven. Dat het label en de striktheid niet samenvallen, zie je goed sinds de Europese Commissie artikel 9 strenger is gaan uitleggen (vrijwel volledig duurzame beleggingen): in 2022 en 2023 zetten aanbieders honderden fondsen terug van artikel 9 naar artikel 8. Een streng uitsluitend fonds draagt daardoor vaak het artikel 8-label, ook al sluit het meer uit dan je aan dat label zou aflezen.
Ten tweede gaan deze labels veranderen: eind 2025 heeft de Europese Commissie een herziening voorgesteld (SFDR 2.0) waarin de huidige artikelindeling wordt vervangen door nieuwe categorieën. Die nieuwe indeling lijkt op de oude, maar is uitdrukkelijk niet hetzelfde — de labels op factsheets gaan de komende jaren dus opschuiven.
Mijn aanraders vallen onder artikel 8. Dat is een bewuste keuze: ik ga niet verder dan ongeveer 20% uitsluitingen, omdat je spreiding daarboven te ver inzakt en je risico te veel oploopt.
Sommige fondsen sluiten veel strenger uit — in de tabel hieronder heb ik een voorbeeld meegenomen dat ruim boven mijn grens zit, zodat je meteen ziet wat dat met je spreiding doet.
De meest volledig duurzame keuze binnen mijn 20%-grens is de combinatie CARIW + CARIEM van Cardano: zeer grote, degelijke fondsen waarmee je wereldwijd gespreid belegt in ontwikkelde en opkomende markten, met een belastingvoordeel doordat ze dividendlekkage minimaliseren. Je mist wel de kleine bedrijven.
Wil je die er wél bij, dan kun je CARIW combineren met de Northern Trust-fondsen voor opkomende markten en small caps. Of je beperkt je met minder uitsluitingen tot alleen Northern Trust fondsen.
| Fonds of combinatie | ISIN(s) | ESG-uitsluitingen | SFDR |
| Northern Trust World + Northern Trust Emerging Markets + Northern Trust Small Cap | afhankelijk van broker/bank, zie fob.nl voor de ISIN’s bij de aanbieder van jouw voorkeur | 6% | Artikel 8 |
| CARIW + Northern Trust Emerging Markets + Northern Trust Small Cap (incl. small caps) | NL0011309349 + diverse | 15% | Artikel 8 |
| CARIW + CARIEM (volledig duurzaam, geen small caps) | NL0011309349 + NL0014332587 | 18% | Artikel 8 |
| Amundi MSCI World SRI Climate Paris Aligned UCITS ETF Acc (alleen ontwikkelde markten, fossiel uitgesloten) | IE000Y77LGG9 | 78% | Artikel 8 |
Bij ABN AMRO is het Amundi World Equity Index Screened FGR (ISIN NL0015002O06) een interessant, nieuw alternatief voor het Northern Trust World fonds: het heeft een lichte ESG-screening vergelijkbaar met Northern Trust World, minimale dividendlekkage, een nog lagere TER dan Northern Trust van slechts 0,10% per jaar, geen transactiekosten en geen in- of uitstapkosten, en periodieke orders zijn mogelijk. Ook dit fonds valt onder artikel 8.
De onderste rij, de Amundi MSCI World SRI Climate Paris Aligned UCITS ETF, valt net als de andere onder artikel 8, maar gaat met zijn strenge SRI- en Paris-Aligned-filter een stuk verder dan de rest: het sluit met ongeveer 78% veel meer bedrijven uit, belegt alleen in ontwikkelde markten en laat fossiele brandstoffen helemaal weg. Daarmee lever je flink wat spreiding in — vandaar dat dit fonds buiten mijn eigen voorkeur valt. Maar weegt duurzaamheid voor jou zwaarder dan maximale spreiding, dan is het een degelijke, grote ETF.
Laten beleggen: Brand New Day en Meesman
Wil je geen fondsen combineren of orders instellen, dan zijn er twee kant-en-klare duurzame aanbieders met wat mij betreft uitstekende fondsen in hun aanbod.
Bij Brand New Day zijn alle aandelenfondsen licht duurzame Northern Trust en Vanguard fondsen: grofweg 7% van de bedrijven uit de gewone index wordt uitgesloten. Wil je verder gaan, dan kun je kiezen voor de groene modelportefeuilles: daarin zit een carbon-screened aandelenfonds (dat bedrijven met een hoge CO2-uitstoot uitsluit) en/of green bonds — obligaties waarvan het geld naar duurzame projecten gaat.
Bij Meesman zijn alle aandelenfondsen licht duurzame Northern Trust fondsen. Wil je bij hen een stap verder, dan biedt Meesman daarnaast het fonds Aandelen Verantwoorde Toekomst, dat wereldwijd belegt met een uitgesproken klimaatfocus.
Bij beide aanbieders kun je in fracties en volledig geautomatiseerd beleggen.
Waar moet je op letten bij het kiezen van een duurzaam fonds?
Bij het kiezen van een duurzaam fonds bepaal je eerst voor jezelf welke sectoren je uit wilt sluiten. Hoe meer je uitsluit, des te duurzamer je profiel — maar des te meer het resultaat van je fonds ook kan afwijken van een gewone, wereldwijd gespreide ETF. Bijna alle duurzame fondsen sluiten in elk geval de tabaks-, controversiële wapen-, seks- en gokindustrie uit, plus bedrijven met grove mensenrechtenschendingen. De lichter screenende ESG-fondsen sluiten de olie-industrie meestal nog niet uit.
Een handige indicatie voor de “strengheid” van een fonds is het percentage uitgesloten bedrijven ten opzichte van de niet-duurzame moederindex: hoe hoger dat percentage, hoe sterker het fonds afwijkt van de brede markt. Verder gelden de gewone eisen aan een goed indexfonds: lage kosten, wereldwijde spreiding, fysieke replicatie, minimale dividendlekkage en een breed erkende index die nauwkeurig gevolgd wordt. Die punten werk ik uit in Indexfondsen kiezen: 6 punten om op te letten. Eén punt weeg ik bij duurzame fondsen wat soepeler: veel duurzame fondsen zijn nog relatief klein, omdat ze nog niet zo lang bestaan.
Hoe weet je of een fonds écht duurzaam is?
Vaar niet blind op het woord “ESG” of op een groen ogend label. Kijk in plaats daarvan naar drie concrete dingen: het percentage uitgesloten bedrijven, het SFDR-label (met zijn beperking) en het stembeleid van de beheerder. Die drie samen zeggen meer over hoe duurzaam een fonds werkelijk is dan welke naam of folder dan ook.
Het probleem met het ESG-stempel zit bij de bron. Er is om te beginnen een overdaad aan ESG-indices om uit te kiezen: marktleider MSCI biedt naar eigen zeggen duizenden duurzame indexen aan, en dat is één aanbieder. Erger is dat de rating agencies die de ESG-scores opstellen het onderling vaak niet eens zijn. Het Aggregate Confusion Project van MIT Sloan vergeleek zes grote ESG-beoordelaars: hun scores komen gemiddeld maar voor zo’n 0,61 overeen. Ter vergelijking: de gewone kredietbeoordelaars Moody’s en S&P zitten voor het beoordelen van kredietwaardigheid van bedrijven op ongeveer 0,99.
Eén bedrijf kan bij de ene beoordelaar dus hoog scoren en bij de andere ver onder het gemiddelde. Daar komt bij dat grote bedrijven vaak hoger scoren, simpelweg omdat ze meer mankracht hebben om uitgebreid te rapporteren — niet per se omdat ze duurzamer zijn.
Daarom is “ESG” op zichzelf een zwak kompas. Het uitsluitingspercentage is een hardere maat: dat zie je terug in de fondstabel hierboven. En wil je via je geld echt iets veranderen, weeg dan het stembeleid mee, zoals ik bij Uitsluiten versus stembeleid uitleg. Het SFDR-label gebruik je als grove richting, niet als bewijs.
Een fonds beoordelen met de factsheet en de EBI
De gegevens die je nodig hebt staan in twee documenten van het fonds: de factsheet en de EBI (Essentiële Beleggersinformatie). Google de ISIN-code van het fonds in combinatie met “factsheet” of “EBI” en je vindt ze meestal meteen. De ISIN-code is de unieke code van een fonds en staat op elke factsheet.
In de factsheet kijk je naar de lopende kosten (de TER), de index die het fonds volgt, of het fysiek of synthetisch repliceert, en de omvang van het fonds. Voor het duurzame deel let je op het SFDR-label en, als het vermeld staat, het percentage of de criteria voor uitgesloten bedrijven. De EBI vult dat aan met een gestandaardiseerde risico-indicator, een kostenoverzicht in een vast format en het beleggingsdoel van het fonds — handig om de groene marketingtaal te toetsen aan wat het fonds feitelijk doet.
Eén beperking: de EBI toont niet alles wat je rendement bepaalt. Dividendlekkage, interne transactiekosten en inkomsten uit het uitlenen van aandelen (lending income) staan er niet in, terwijl ze het verschil tussen twee schijnbaar gelijke fondsen flink kunnen kleuren. Voor de beperkte selectie duurzame fondsen in de FOB Vergelijker heb ik die posten al verwerkt, zodat je de werkelijke kosten in één oogopslag ziet.
Heeft duurzaam beleggen invloed op je rendement?
Aanbieders en vergelijkers vertellen je graag dat duurzaam beleggen niets kost aan rendement of zelfs beter presteert. De wetenschap is daar een stuk minder zeker van. De data suggereren dat je met duurzaam beleggen waarschijnlijk een deel van je rendement inruilt voor je principes, in ruil voor gemiddeld wat minder risico. De volledige, wetenschappelijke onderbouwing met de relevante onderzoeken staat in Waarom duurzaam beleggen waarschijnlijk een lager rendement geeft — lees die als je het achterliggende bewijs wilt zien.
Kort samengevat: de relatief goede prestaties van groene fondsen in het verleden lijken vooral een eenmalige waardesprong te zijn geweest doordat steeds meer beleggers groen wilden — die winst zit inmiddels grotendeels in de prijs verwerkt, waardoor het verwachte rendement voor een nieuwe belegger juist lager wordt.
Reken voor de toekomst daarom niet met een hoger rendement voor duurzame fondsen: de Commissie Parameters adviseert voor de toekomst een totaalrendement van zo’n 5,4% per jaar voor aandelen (de wereldwijde MSCI ACWI leverde sinds 1987 historisch circa 7% groei plus 2% dividend op, maar dat verleden biedt geen garantie).
Het uitsluiten van bedrijven verkleint bovendien je spreiding, wat het risico iets verhoogt. Daarom zou ik terughoudend zijn met het kiezen van fondsen met meer dan ongeveer 20% uitsluitingen. Maar dat blijft uiteindelijk een persoonlijke afweging.
Beperktere spreiding en mogelijk lager rendement zijn geen reden om het niet te doen, maar wel om het met de juiste verwachting te doen: duurzaam beleggen is een legitieme keuze omwille van je principes, geen gratis manier om én de wereld te verbeteren én meer rendement te halen.
Geldt het belastingvoordeel voor groene beleggingen ook?
Let op een veelgemaakte verwarring: het belastingvoordeel voor “groene beleggingen” in box 3 geldt alleen voor officieel aangewezen groenfondsen, niet voor de duurzame ETF’s en indexfondsen uit dit artikel. Dat voordeel wordt bovendien afgebouwd: in 2027 is de vrijstelling vrijwel nul en per 2028 verdwijnt ze helemaal. Reken er bij een duurzame ETF dus niet op.
Hoe heb je de meeste impact op verduurzaming?
Wil je met je geld bijdragen aan een duurzamere wereld, dan zijn er grofweg twee routes: je belegt in duurzame fondsen, of je belegt in gewone fondsen en gebruikt het rendement om buiten je beleggingen om duurzame doelen te financieren.
Onderzoek van Let’s Fund wijst uit dat impactbeleggen meestal niet de efficiëntste manier is om impact te maken: effectief doneren doet vaak meer goed. Op de beurs ruil je vooral eigendomsbewijzen met andere beleggers; je geld gaat niet rechtstreeks naar de klimaatprojecten van een bedrijf. Je kunt je impact vaak vergroten door gewoon kostenefficiënt te beleggen en een deel van het rendement te doneren aan goede doelen. Zelf gebruik ik een deel van de opbrengsten van mijn beleggingen om duurzame en sociale initiatieven te steunen, zonder dat financieel gewin daarbij een rol speelt — bijvoorbeeld via Lendahand (sociaal, duurzaam crowdfunden), het Wereldnatuurfonds en KIVA.
Waar koop je duurzame ETF’s?
De Cardano- en Amundi-fondsen koop je via een broker. Voor de meeste doe-het-zelfbeleggers zijn Interactive Brokers en DEGIRO de voordeligste keuze.
Wil je automatisch én duurzaam beleggen, dan is Saxo AutoInvest de voordeligste route: daar leg je zonder transactiekosten maandelijks geautomatiseerd en fractioneel in CARIW + CARIEM in.
De Northern Trust-fondsen zijn daarnaast verkrijgbaar via Saxo en de grootbanken ABN AMRO, ING en Rabobank, in fracties en geautomatiseerd; het Amundi-fonds alleen bij ABN AMRO. Brand New Day en Meesman koop je rechtstreeks bij die aanbieders.
Welke combinatie van broker en fonds voor jouw situatie het goedkoopst is, reken je door met de gratis vergelijker op fob.nl (filter “Strikt duurzaam”). Daar zie je ook de zogeheten ISIN codes waarmee je ze bij je aanbieder eenvoudig kunt vinden. Ben je helemaal nieuw met beleggen? Lees dan eerst Beleggen voor beginners.
Veelgestelde vragen
De beste duurzame keuze is voor de meeste beleggers de combinatie CARIW + CARIEM (Cardano ESG Transition Enhanced Index): de beste balans tussen duurzaamheid en spreiding, met minimale dividendlekkage. Het goedkoopst via Interactive Brokers, en het goedkoopst volledig automatisch via Saxo AutoInvest.
Duurzaam beleggen gebeurt via drie strategieën, oplopend in striktheid: positieve selectie (per sector de best scorende bedrijven kiezen, de basis van ESG-fondsen), uitsluiten (controversiële sectoren weren, in de strenge vorm SRI) en impactbeleggen (directe bijdrage aan een maatschappelijk doel boven rendement).
SFDR deelt fondsen in op duurzaamheid. Een artikel 8-fonds promoot duurzame kenmerken (“lichtgroen”); een artikel 9-fonds heeft een expliciet, meetbaar duurzaam doel (“donkergroen”). Het label zegt iets over de intentie, niet automatisch over hoeveel een fonds uitsluit of hoe groen het stemt.
De data suggereren dat je met duurzaam beleggen waarschijnlijk een deel van je rendement inruilt voor je principes, in ruil voor gemiddeld wat minder risico. De goede prestaties uit het verleden lijken vooral een eenmalige waardesprong die inmiddels in de prijs zit verwerkt. Zie de pagina Waarom duurzaam beleggen waarschijnlijk een lager rendement geeft.
In drie stappen: bepaal wat je wilt uitsluiten en of stembeleid voor je telt, kies of je zelf belegt via een broker of het uitbesteedt, en controleer het fonds op SFDR-label, uitsluitingspercentage en kosten.




Geef een reactie