Vermogensbelasting (officieel de belasting in box 3) betaal je over je spaargeld, beleggingen en overige bezittingen. In 2026 is het tarief 36% en is het heffingsvrij vermogen € 59.357 per persoon; in 2027 stijgt dat naar € 60.098. Je betaalt pas belasting over het vermogen daarboven. Op deze pagina lees je hoe de vermogensbelasting in 2026 en 2027 werkt, hoeveel je betaalt en hoe je de heffing kunt verminderen.
De vermogensbelasting ligt al een tijd onder vuur. De Belastingdienst heeft met name spaarders jarenlang te zwaar belast: ze betaalden meer belasting over hun spaargeld dan ze aan rente ontvingen. De rechter oordeelde dat dit onrechtmatig was.
Daarom geldt nu een aangepast stelsel met een tegenbewijsregeling, en dat blijft ook in 2027 gelden. Ik zet alles op een rij.
Wat is vermogensbelasting (box 3)?
Vermogensbelasting is de belasting die je in box 3 van de inkomstenbelasting betaalt over je vermogen: spaargeld, beleggingen, een tweede woning en andere bezittingen, verminderd met je schulden. Je betaalt geen belasting over het vermogen zelf, maar over het rendement dat je daarmee (verondersteld wordt te) behalen. Alleen het vermogen boven het heffingsvrije vermogen telt mee.
De situatie nu: forfaitair rendement en tegenbewijsregeling
De Belastingdienst gebruikt op dit moment zogenaamde forfaitaire rendementen voor spaargeld, beleggingen en schulden. Een forfaitair rendement is een fictief rendement waarvan de Belastingdienst aanneemt dat je het behaald hebt. Tot een paar jaar geleden hanteerde de fiscus daarbij ook nog een denkbeeldige verdeling tussen spaargeld en beleggingen, ook als je in de praktijk een heel andere verdeling aanhield.
De rechter heeft echter bepaald dat er alleen geheven mag worden over daadwerkelijk behaald rendement, en dat de werkelijke verdeling van spaargeld en beleggingen moet worden aangehouden. Daarom geldt nu een tegenbewijsregeling: heb je minder rendement behaald dan het forfaitaire rendement, dan mag je om vermindering van je aanslag vragen en wordt uitgegaan van je werkelijke, lagere rendement. Is je werkelijke rendement hoger, dan hoef je over dat meerdere niets te betalen. Deze regeling geldt zolang het huidige stelsel er is, en dus ook voor belastingjaar 2027.
Wettelijk loopt de tegenbewijsregeling tot en met 2027. Gaat het nieuwe stelsel later in dan 2028, dan rekenen de besluitvormingsstukken bij de Kamerbrief van 13 september 2026 met het doortrekken van die regeling, wat de schatkist ongeveer € 3 miljard per jaar kost.
Hoeveel vermogensbelasting betaal je in 2026?
In 2026 mag je tot € 59.357 aan spaargeld en vermogen belastingvrij hebben; voor fiscale partners is dat samen € 118.714. Dat is het heffingsvrije vermogen. Pas over het bedrag daarboven betaal je vermogensbelasting. Het belastingtarief in box 3 is 36%, en dat is het in 2027 ook.
Hoeveel spaargeld mag je belastingvrij hebben in 2026?
In 2026 mag je € 59.357 aan spaargeld belastingvrij hebben, en € 118.714 als je een fiscale partner hebt. Tot die grens betaal je geen vermogensbelasting; over het meerdere wel. Deze grens geldt voor je hele box 3-vermogen samen, dus spaargeld én beleggingen tellen mee. Spaargeld wordt daarbij wel veel lichter belast dan beleggingen: over banktegoeden betaal je 0,46%, over overige bezittingen 2,16%. Heb je dus uitsluitend spaargeld, dan blijft de aanslag laag: over € 100.000 spaargeld betaal je bijvoorbeeld zo’n € 187. Wil je weten hoeveel spaargeld je mag hebben zónder je toeslagen te verliezen, dan gelden andere, lagere grenzen; die staan op de pagina hoeveel spaargeld mag je hebben.
De Belastingdienst maakt onderscheid tussen drie categorieën: banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Onder banktegoeden vallen alleen cash en tegoeden die gelden als “deposito” volgens de Wet op het financieel toezicht: denk aan spaargeld en geld op je betaalrekening. Ook vermogen binnen een VvE en op een derdenrekening bij de notaris telt als banktegoed.
Alle andere box 3-bezittingen die geen schuld zijn, vallen onder “overige bezittingen”. ETF’s, aandelen, obligaties en cryptovaluta horen daar dus ook bij. Onderlinge vorderingen en schulden tussen ouders en kinderen zijn sinds 2023 gedefiscaliseerd en tellen niet mee.
Voor 2026 gelden deze (voorlopige) forfaitaire rendementspercentages:
| Banktegoeden | 1,28%* |
| Overige bezittingen | 6,00% |
| Schulden | 2,70%* |
Forfaitaire rendementen 2026; * de definitieve percentages voor banktegoeden en schulden worden pas begin 2027 vastgesteld. Het percentage voor overige bezittingen (6,00%) staat al wel vast.
Over deze rendementen heft de Belastingdienst 36% belasting. Per categorie komt de belastingdruk daarmee neer op:
| Banktegoeden | 0,46%* |
| Overige bezittingen | 2,16% |
| Schulden | 0,97%* |
Vermogensbelasting 2026; * gebaseerd op de voorlopige percentages voor banktegoeden en schulden.
Let op: in de eerste voorlopige aanslagen voor 2026 (die al in 2025 zijn opgelegd) is nog gerekend met een hoger forfait van 7,78% voor overige bezittingen en een lager heffingsvrij vermogen van € 51.396. Die plannen zijn later teruggedraaid. Latere voorlopige aanslagen en de definitieve aanslag rekenen met 6,00% en € 59.357. Eventuele verschillen worden bij de definitieve aanslag rechtgetrokken; je kunt ook een nieuwe voorlopige aanslag aanvragen.
Obligaties worden net als aandelen gezien als overige bezittingen met een hoog rendement. Voor het stabiele deel van een beleggingsportefeuille is een depositoladder als vervanging van obligaties daarom fiscaal aantrekkelijk: een depositoladder valt onder banktegoeden en wordt dus veel lager belast.
Hoeveel belasting betaal je over € 100.000 spaargeld?
Over € 100.000 spaargeld betaal je in 2026 ongeveer € 187 belasting. Over de eerste € 59.357 betaal je niets; dat is je heffingsvrije vermogen. Over de resterende € 40.643 betaal je 0,46%, oftewel zo’n € 187. Dit is gebaseerd op het voorlopige rendementspercentage voor banktegoeden.
Hoeveel belasting betaal je over € 300.000 spaargeld?
Over € 300.000 spaargeld betaal je in 2026 ongeveer € 1.109 belasting. Na aftrek van het heffingsvrije vermogen blijft € 240.643 over; daarover betaal je 0,46%. Heb je beleggingen in plaats van spaargeld, dan valt de belasting fors hoger uit, omdat overige bezittingen tegen 2,16% worden belast. Bereken je eigen situatie hieronder.
Hoeveel vermogensbelasting betaal je in 2027?
In 2027 is het heffingsvrij vermogen € 60.098 per persoon en € 120.196 voor fiscale partners. Het tarief blijft 36%. De peildatum is 1 januari 2027: de samenstelling van je vermogen op die dag bepaalt je aanslag over 2027.
Die bedragen komen uit de fiscale sleuteltabel 2027 bij het pakket Belastingplan 2027, aangeboden op Prinsjesdag 15 september 2026. Het pakket bevat geen box 3-maatregel, dus de bedragen volgen uit de bestaande wet en de jaarlijkse inflatiecorrectie. De Tweede en Eerste Kamer moeten het Belastingplan nog behandelen.
Twee dingen staan voor 2027 nog niet vast. Het forfait op overige bezittingen volgt uit de bestaande wet en komt uit op 6,37% tegen 6,00% in 2026, wat je belasting over beleggingen van 2,16% naar 2,29% brengt; wat dat per jaar kost, staat in vermogensbelasting 2027 omhoog voor beleggers. De forfaits voor banktegoeden en schulden worden pas begin 2028 definitief vastgesteld, net zoals die van 2026 begin 2027 volgen.
Heffingsvrij vermogen 2027
Het heffingsvrij vermogen 2027 is € 60.098 per persoon, tegen € 59.357 in 2026. Met een fiscale partner mag je samen € 120.196 belastingvrij hebben. Dat is € 741 per persoon meer dan dit jaar, een stijging van 1,25%, omdat het kabinet de inflatiecorrectie in de inkomstenbelasting voor 2027 maar voor 48% toepast.
Vermogensbelasting 2026 berekenen
Met onderstaande rekentool bereken je hoeveel vermogensbelasting je in 2026 betaalt. De berekening is pas definitief te maken na afloop van 2026, omdat de percentages voor banktegoeden en schulden dan pas vaststaan. De tool rekent met de voorlopige percentages: 1,28% voor banktegoeden, 6,00% voor overige bezittingen en 2,70% voor schulden.
Vul je vermogen in hele euro’s in:
Wat is de peildatum voor de vermogensbelasting?
De Belastingdienst hanteert 1 januari van het belastingjaar als peildatum. Voor de vermogensbelasting over 2026 telt dus de omvang van je vermogen op 1 januari 2026. Wat er gedurende het jaar met je vermogen gebeurt, heeft geen invloed op de aanslag over dat jaar.
Hoe kun je vermogensbelasting verminderen of voorkomen?
Je kunt vermogensbelasting over beleggingen voorkomen via pensioenbeleggen. Ik doe dat zelf via Brand New Day. Pensioenbeleggingen zijn vrijgesteld van vermogensbelasting en je inleg mag je aftrekken van de inkomstenbelasting. Daardoor kan dit tot wel 4× meer opleveren dan gewoon beleggen. Zie mijn uitleg in de Brand New Day review.
Vermogensbelasting over spaargeld kun je beperken via groensparen. In 2026 geldt voor groene beleggingen een extra vrijstelling van € 26.715 per persoon (€ 53.430 voor fiscale partners). Let op: volgens de huidige wet daalt die vrijstelling in 2027 naar € 200 per persoon en vervalt zij per 2028. Behoud van de heffingskorting voor groen beleggen stond op de menukaart van 19 juni 2026, maar is op Prinsjesdag niet voorgesteld.
Daarnaast kun je de heffing beperken door het stabiele deel van je portefeuille via een depositoladder aan te houden in plaats van in obligaties: deposito’s vallen onder het veel lager belaste banktegoeden. En tot slot kun je rond de peildatum schuiven met de samenstelling van je vermogen; dat leg ik hieronder uit.
Vermogensbelasting verminderen via peildatumarbitrage
Overige bezittingen worden veel zwaarder belast dan banktegoeden (2,16% tegenover 0,46%). Je kunt daarop inspelen door overige bezittingen vlak vóór de peildatum van 1 januari te verkopen en tijdelijk om te zetten in banktegoeden, en ze ná de peildatum weer terug te kopen. Doe je dit puur om vermogensbelasting te vermijden, dan heet dat peildatumarbitrage.
Om dit te ontmoedigen is er een arbitrageperiode van 3 maanden vastgesteld. Transacties rond de peildatum waarbij de periode tussen verkoop en terugkoop méér dan 3 maanden bedraagt, worden niet als arbitrage gezien. In de praktijk betekent dit: zet je beleggingen uiterlijk 31 december om in banktegoeden en koop ze op zijn vroegst 1 april weer terug, dan blijf je buiten de regeling. Je kunt dus feitelijk ruim negen maanden per jaar belegd zijn en toch tegen het lage banktegoeden-tarief belast worden.
De besparing bedraagt zo’n 1,70% van het betrokken vermogen (2,16% min 0,46%). Daar staat tegenover dat je drie maanden plus één dag uit de markt bent, en in die periode beleggingsrendement (of juist verlies) misloopt. Bij de huidige rentestanden levert je spaargeld in die drie maanden grofweg 0,5% op, terwijl je gemiddeld een vergelijkbaar, maar niet-gegarandeerd beleggingsrendement misloopt. Je ruilt onzeker rendement dus in voor zekerheid: een gegarandeerde belastingbesparing plus spaarrente.
Of dat aantrekkelijk is, is een persoonlijke afweging die afhangt van je risicotolerantie. Let bij je beslissing ook op de transactiekosten voor de verkoop en aankoop van je beleggingen; bij de meeste brokers zijn die niet doorslaggevend, maar ze kunnen je keuze wel beïnvloeden. Houd er bovendien rekening mee dat het kabinet zich het recht voorbehoudt om bij ministeriële regeling nadere regels te stellen als de arbitrageregeling onvoldoende robuust blijkt.
Wat verandert er vanaf 2028?
Het kabinet wil van het forfaitaire stelsel af en heffen over je werkelijke rendement: niet alleen rente, dividend en huur, maar ook de waardeontwikkeling van je bezittingen, ook als je die nog niet hebt verkocht. Het heffingsvrije vermogen wordt dan vervangen door een heffingsvrij resultaat van € 1.800 per persoon.
Wanneer dat ingaat, is onzeker. Het wetsvoorstel ligt aangehouden bij de Eerste Kamer en moet voor invoering per 2028 uiterlijk 31 december 2026 zijn aangenomen, terwijl het kabinet de senaat vraagt te wachten op een nieuw voorstel in het voorjaar van 2027. Tot die tijd blijft het huidige stelsel gelden.
Deze wijziging heeft grote gevolgen, vooral voor beleggers en voor iedereen die bezig is met FIRE. Wat het nieuwe stelsel precies inhoudt, wat het voor jouw vermogensopbouw betekent en wat je nu al kunt doen, lees je in het uitgebreide artikel: Box 3 2028: belasting op werkelijk rendement.
Link naar de pagina van de Belastingdienst over vermogensbelasting
Dan zie je mijn kijk op wat je gezocht hebt,
ook als je niet wist dat ik erover geschreven heb.
Geef een reactie