Vermogensbelasting 2026: box 3-tarief, vrijstelling en berekening

Home » Vermogensbelasting 2026: box 3-tarief, vrijstelling en berekening

Vermogensbelasting — officieel de belasting in box 3 — betaal je over je spaargeld, beleggingen en overige bezittingen. In 2026 is het tarief 36% en is het heffingsvrij vermogen € 59.357 per persoon. Je betaalt pas belasting over het vermogen daarboven. Op deze pagina lees je hoe de vermogensbelasting in 2026 werkt, hoeveel je betaalt en hoe je de heffing kunt verminderen.

De vermogensbelasting ligt al een tijd onder vuur. De Belastingdienst heeft met name spaarders jarenlang te zwaar belast: ze betaalden meer belasting over hun spaargeld dan ze aan rente ontvingen. De rechter oordeelde dat dit onrechtmatig was. Tot 2028 geldt daarom een aangepast stelsel; vanaf 2028 verandert box 3 ingrijpend. Ik zet alles op een rij.

Wat is vermogensbelasting (box 3)?

Vermogensbelasting is de belasting die je in box 3 van de inkomstenbelasting betaalt over je vermogen: spaargeld, beleggingen, een tweede woning en andere bezittingen, verminderd met je schulden. Je betaalt geen belasting over het vermogen zelf, maar over het rendement dat je daarmee (verondersteld wordt te) behalen. Alleen het vermogen boven het heffingsvrije vermogen telt mee.

De situatie nu: forfaitair rendement en tegenbewijsregeling

De Belastingdienst gebruikt op dit moment zogenaamde forfaitaire rendementen voor spaargeld, beleggingen en schulden. Een forfaitair rendement is een fictief rendement waarvan de Belastingdienst aanneemt dat je het behaald hebt. Tot een paar jaar geleden hanteerde de fiscus daarbij ook nog een denkbeeldige verdeling tussen spaargeld en beleggingen — ook als je in de praktijk een heel andere verdeling aanhield.

De rechter heeft echter bepaald dat er alleen geheven mag worden over daadwerkelijk behaald rendement, en dat de werkelijke verdeling van spaargeld en beleggingen moet worden aangehouden. Daarom geldt nu een tegenbewijsregeling: heb je minder rendement behaald dan het forfaitaire rendement, dan mag je om vermindering van je aanslag vragen en wordt uitgegaan van je werkelijke, lagere rendement. Is je werkelijke rendement hoger, dan hoef je over dat meerdere niets te betalen. Deze overbruggingssituatie geldt tot het nieuwe stelsel in 2028 ingaat.

Hoeveel vermogensbelasting betaal je in 2026?

In 2026 betaal je geen vermogensbelasting als je vermogen onder de € 59.357 blijft. Dat is het heffingsvrije vermogen per persoon. Voor fiscale partners geldt het dubbele: € 118.714. Het belastingtarief in box 3 is 36% en blijft de komende jaren op dat niveau.

De Belastingdienst maakt onderscheid tussen drie categorieën: banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Onder banktegoeden vallen alleen cash en tegoeden die gelden als “deposito” volgens de Wet op het financieel toezicht — denk aan spaargeld en geld op je betaalrekening. Ook vermogen binnen een VvE en op een derdenrekening bij de notaris telt als banktegoed.

Alle andere box 3-bezittingen die geen schuld zijn, vallen onder “overige bezittingen”. ETF’s, aandelen, obligaties en cryptovaluta horen daar dus ook bij. Onderlinge vorderingen en schulden tussen ouders en kinderen zijn sinds 2023 gedefiscaliseerd en tellen niet mee.

Voor 2026 gelden deze (voorlopige) forfaitaire rendementspercentages:

Banktegoeden1,28%*
Overige bezittingen6,00%
Schulden2,70%*

Forfaitaire rendementen 2026; * de definitieve percentages voor banktegoeden en schulden worden pas begin 2027 vastgesteld. Het percentage voor overige bezittingen (6,00%) staat al wel vast.

Over deze rendementen heft de Belastingdienst 36% belasting. Per categorie komt de belastingdruk daarmee neer op:

Banktegoeden0,46%*
Overige bezittingen2,16%
Schulden0,97%*

Vermogensbelasting 2026; * gebaseerd op de voorlopige percentages voor banktegoeden en schulden.

Let op: in de eerste voorlopige aanslagen voor 2026 (die al in 2025 zijn opgelegd) is nog gerekend met een hoger forfait van 7,78% voor overige bezittingen en een lager heffingsvrij vermogen van € 51.396. Die plannen zijn later teruggedraaid. Latere voorlopige aanslagen en de definitieve aanslag rekenen met 6,00% en € 59.357. Eventuele verschillen worden bij de definitieve aanslag rechtgetrokken; je kunt ook een nieuwe voorlopige aanslag aanvragen.

Obligaties worden net als aandelen gezien als overige bezittingen met een hoog rendement. Voor het stabiele deel van een beleggingsportefeuille is een depositoladder als vervanging van obligaties daarom fiscaal aantrekkelijk: een depositoladder valt onder banktegoeden en wordt dus veel lager belast.

Hoeveel belasting betaal je over € 100.000 spaargeld?

Over € 100.000 spaargeld betaal je in 2026 ongeveer € 187 belasting. Over de eerste € 59.357 betaal je niets — dat is je heffingsvrije vermogen. Over de resterende € 40.643 betaal je 0,46%, oftewel zo’n € 187. Dit is gebaseerd op het voorlopige rendementspercentage voor banktegoeden.

Hoeveel belasting betaal je over € 300.000 spaargeld?

Over € 300.000 spaargeld betaal je in 2026 ongeveer € 1.109 belasting. Na aftrek van het heffingsvrije vermogen blijft € 240.643 over; daarover betaal je 0,46%. Heb je beleggingen in plaats van spaargeld, dan valt de belasting fors hoger uit, omdat overige bezittingen tegen 2,16% worden belast. Bereken je eigen situatie hieronder.

Vermogensbelasting 2026 berekenen

Met onderstaande rekentool bereken je hoeveel vermogensbelasting je in 2026 betaalt. De berekening is pas definitief te maken na afloop van 2026, omdat de percentages voor banktegoeden en schulden dan pas vaststaan. De tool rekent met de voorlopige percentages: 1,28% voor banktegoeden, 6,00% voor overige bezittingen en 2,70% voor schulden.

Vul je vermogen in hele euro’s in:

Banktegoeden:
Overige bezittingen:
Schulden:

Wat is de peildatum voor de vermogensbelasting?

De Belastingdienst hanteert 1 januari van het belastingjaar als peildatum. Voor de vermogensbelasting over 2026 telt dus de omvang van je vermogen op 1 januari 2026. Wat er gedurende het jaar met je vermogen gebeurt, heeft geen invloed op de aanslag over dat jaar.

Hoe kun je vermogensbelasting verminderen of voorkomen?

Je kunt vermogensbelasting over beleggingen voorkomen via pensioenbeleggen. Ik doe dat zelf via Brand New Day. Pensioenbeleggingen zijn vrijgesteld van vermogensbelasting en je inleg mag je aftrekken van de inkomstenbelasting. Daardoor kan dit tot wel 4× meer opleveren dan gewoon beleggen — zie mijn uitleg in de Brand New Day review.

Vermogensbelasting over spaargeld kun je beperken via groensparen. In 2026 geldt voor groene beleggingen een extra vrijstelling van € 26.715 per persoon (€ 53.430 voor fiscale partners). Let op: deze groene vrijstelling wordt per 2027 vrijwel volledig afgebouwd en verdwijnt in 2028.

Daarnaast kun je de heffing beperken door het stabiele deel van je portefeuille via een depositoladder aan te houden in plaats van in obligaties: deposito’s vallen onder het veel lager belaste banktegoeden. En tot slot kun je rond de peildatum schuiven met de samenstelling van je vermogen — dat leg ik hieronder uit.

Vermogensbelasting verminderen via peildatumarbitrage

Overige bezittingen worden veel zwaarder belast dan banktegoeden (2,16% tegenover 0,46%). Je kunt daarop inspelen door overige bezittingen vlak vóór de peildatum van 1 januari te verkopen en tijdelijk om te zetten in banktegoeden, en ze ná de peildatum weer terug te kopen. Doe je dit puur om vermogensbelasting te vermijden, dan heet dat peildatumarbitrage.

Om dit te ontmoedigen is er een arbitrageperiode van 3 maanden vastgesteld. Transacties rond de peildatum waarbij de periode tussen verkoop en terugkoop méér dan 3 maanden bedraagt, worden niet als arbitrage gezien. In de praktijk betekent dit: zet je beleggingen uiterlijk 31 december om in banktegoeden en koop ze op zijn vroegst 1 april weer terug, dan blijf je buiten de regeling. Je kunt dus feitelijk ruim negen maanden per jaar belegd zijn en toch tegen het lage banktegoeden-tarief belast worden.

De besparing bedraagt zo’n 1,70% van het betrokken vermogen (2,16% min 0,46%). Daar staat tegenover dat je drie maanden plus één dag uit de markt bent, en in die periode beleggingsrendement — of juist verlies — misloopt. Bij de huidige rentestanden levert je spaargeld in die drie maanden grofweg 0,5% op, terwijl je gemiddeld een vergelijkbaar, maar niet-gegarandeerd beleggingsrendement misloopt. Je ruilt onzeker rendement dus in voor zekerheid: een gegarandeerde belastingbesparing plus spaarrente.

Of dat aantrekkelijk is, is een persoonlijke afweging die afhangt van je risicotolerantie. Let bij je beslissing ook op de transactiekosten voor de verkoop en aankoop van je beleggingen; bij de meeste brokers zijn die niet doorslaggevend, maar ze kunnen je keuze wel beïnvloeden. Houd er bovendien rekening mee dat het kabinet zich het recht voorbehoudt om bij ministeriële regeling nadere regels te stellen als de arbitrageregeling onvoldoende robuust blijkt.

Wat verandert er vanaf 2028?

Vanaf 2028 verdwijnt het forfaitaire stelsel. De Belastingdienst gaat dan heffen over je werkelijke rendement: niet alleen rente, dividend en huur, maar ook de waardeontwikkeling van je bezittingen — ook als je die nog niet hebt verkocht. Dat heet een vermogensaanwasbelasting. Het heffingsvrije vermogen wordt vervangen door een heffingsvrij resultaat van € 1.800 per persoon. Voor onroerend goed en aandelen in start-ups geldt een uitzondering.

Deze wijziging heeft grote gevolgen, vooral voor beleggers en voor iedereen die bezig is met FIRE. Wat het nieuwe stelsel precies inhoudt, wat het voor jouw vermogensopbouw betekent en wat je nu al kunt doen, lees je in het uitgebreide artikel: Box 3 2028: belasting op werkelijk rendement.

Veelgestelde vragen

Hoeveel spaargeld mag je hebben in 2026?

Het heffingsvrije vermogen waarover je in 2026 geen vermogensbelasting hoeft te betalen bedraagt €59.357 per persoon. Bij fiscale partners is dat samen €118.714.

Wat is de peildatum voor de vermogensbelasting 2026?

De Belastingdienst hanteert 1 januari van het jaar waarover je belastingaangifte doet als peildatum. In 2027 doe je aangifte over 2026; dan telt de omvang van je vermogen op 1 januari 2026.

Hoe kun je vermogensbelasting verminderen?

Via pensioenbeleggen en groensparen, en door rond de peildatum beleggingen tijdelijk om te zetten in spaargeld (peildatumarbitrage). Zie de uitleg hierboven.

Link naar de pagina van de Belastingdienst over vermogensbelasting

De informatie op deze site is mijn persoonlijke mening, geen beleggingsadvies en louter informatief en educatief bedoeld. Let op: beleggen gaat gepaard met risico’s, je kunt je inleg (deels) verliezen. Blauw onderstreepte links met  kunnen mij een vergoeding opleveren voor het doorverwijzen. Dit kost jou niets. Reacties kunnen worden gemodereerd of verwijderd. 

De informatie op deze site is mijn persoonlijke mening, geen beleggingsadvies en je blijft zelf verantwoordelijk bij opvolgen ervan. Bij beleggen kun je je inleg (deels) verliezen. Blauw onderstreepte links met kliklogo kunnen mij een vergoeding opleveren voor het doorverwijzen. Dit kost jou niets. Reacties kunnen worden gemodereerd of verwijderd. IBKR disclaimer: het opnemen van de naam, het logo of de links van Interactive Brokers (IBKR) vindt uitsluitend plaats op grond van een advertentieovereenkomst. IBKR is geen bijdrager, recensent, aanbieder of sponsor van de inhoud die op deze site wordt gepubliceerd, en is niet verantwoordelijk voor de juistheid van de besproken producten of diensten.

Mr FOB

Mr FOB heeft in 2016 Financieel Onafhankelijk Blog opgericht. FOB gaat over besparen, beleggen en alles wat verder nodig is om financieel onafhankelijk te worden en te blijven. Mr FOB is zelf in 2019 gestopt met werken op 49 jarige leeftijd.

FOB is miljoenen keren gelezen, in Nederland erkend als Digitaal Cultureel Erfgoed en verschenen in vele landelijke media. Lees meer over Mr FOB.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


4 reacties

  1. M.Niemeijer

    Ik heb een regeling waarbij de BV via een constitutum possesorium de belasting wordt geregeld.
    Kan en mag dit nog in 2025?

    1. Mr FOB

      Geen idee, zegt me niets

  2. Norbert

    In huidige box 3 stelsel is heffingvrij vermogen 57 k pp zonder fiscaal partner. Heffingsvrije inkomen onder nieuwe box 3 stelsel (reeel rendement) wordt volgens https://www.mkbservicedesk.nl/belastingen/inkomstenbelasting/box-3-tarieven-en-vrijstellingen naar verwachting 1000.

    Wordt hier 1000 per maand of 1000 per jaar bedoeld?

    Enig idee?

    1. Mr FOB

      Per jaar.