Box 3 2028: wat verandert er aan de vermogensbelasting?

Home ยป Alle blogposts ยป Belasting ยป Box 3 2028: wat verandert er aan de vermogensbelasting?

Status (laatst bijgewerkt: 2 oktober 2026). Het kabinet wil de koerswinst op aandelen, obligaties en andere financiรซle instrumenten in box 3 vanaf 2028 pas belasten als je verkoopt. Dat staat in een Kamerbrief van 29 september 2026 van minister-president Jetten, minister Heinen en staatssecretaris Eerenberg. Het kabinet past daarvoor het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 aan met een novelle: een wijziging op een wetsvoorstel dat al in behandeling is.

Volgens het kabinet valt daarmee circa 90% van het vermogen met waardeontwikkeling in box 3 onder een vermogenswinstbelasting. Voor de overige bezittingen volgt die overstap in 2030. Twee weken eerder, op 13 september, vroeg het kabinet de Eerste Kamer nog om de behandeling aan te houden tot het voorjaar van 2027.

Het heffingsvrije resultaat gaat in het voorstel per 2028 omlaag van โ‚ฌ 1.800 naar โ‚ฌ 1.000. Ter dekking wil het kabinet in het huidige stelsel het heffingsvrije vermogen voor 2027 terugbrengen naar โ‚ฌ 30.846, het niveau van 2020, en het forfait voor overige bezittingen in 2027 met 1,5 procentpunt verhogen.

Over die โ‚ฌ 1.000 zei minister Heinen op 1 oktober dat het kabinet bereid is tot een andere grens, nadat oppositie en coalitiefracties er in de Tweede Kamer kritisch op hadden gereageerd. Hij koos โ‚ฌ 1.000 zodat een stel met zo’n โ‚ฌ 100.000 spaargeld buiten de heffing blijft, maar erkende dat hij heeft onderschat hoeveel mensen nu ineens belasting over hun spaargeld gaan betalen. Ook naar de tijdelijke verhoging voor 2027, met het heffingsvrije vermogen van โ‚ฌ 30.846 en het hogere forfait, gaat hij opnieuw kijken. Duidelijkheid moet er komen bij de behandeling van het Belastingplan in de Tweede Kamer, vanaf half oktober.

Het is een voorstel, nog geen wet. Voor invoering per 2028 moet de Eerste Kamer de novelle vรณรณr 31 december 2026 aannemen; daarom vraagt het kabinet de Raad van State om spoedadvies en wil het de novelle laten meelopen met de behandeling van het Belastingplan 2027. Tot er een nieuw stelsel is, blijft het huidige forfaitaire stelsel met tegenbewijsregeling gelden.

In het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 belast de overheid je vermogen niet langer op basis van een fictief rendement, maar op je werkelijke rendement: de rente, dividend en huur die je ontvangt, plus de waardeontwikkeling van je vermogen. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028. Het voorgestelde tarief is 36%.

Voor beleggers maakt het voorstel van 29 september een wezenlijk verschil. In het wetsvoorstel zoals de Tweede Kamer het aannam, betaal je elk jaar belasting over papieren winst, ook als je niets verkoopt; dat was het meest omstreden onderdeel. In dit artikel leg ik uit wat er verandert, wat het betekent voor je route naar financiรซle onafhankelijkheid (FIRE), en wat je nu al kunt doen. Rekenvoorbeelden gaan uit van het wetsvoorstel zoals de Tweede Kamer het aannam, tenzij ik het nieuwe voorstel erbij noem.

Waarom verandert de box 3-belasting?

De aanleiding voor het nieuwe stelsel ligt in het zogeheten ‘Kerstarrest’ van de Hoge Raad van 24 december 2021. De hoogste rechter oordeelde dat het belasten van vermogen op basis van fictieve rendementen in strijd is met het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). Het oude stelsel werkt discriminerend, omdat het geen rekening houdt met de werkelijke samenstelling van iemands vermogen, noch met het daadwerkelijk behaalde rendement.

Ook de overbruggingswetgeving met aangepaste fictieve percentages werd in 2024 door de Hoge Raad als discriminerend aangemerkt. Dat leidde tot de huidige tegenbewijsregeling en uiteindelijk tot dit nieuwe wetsvoorstel.

Wat verandert er in box 3 vanaf 2028?

In het huidige stelsel betaal je belasting over een fictief rendement dat de Belastingdienst aanneemt. Vanaf 2028 betaal je belasting over je werkelijk behaalde rendement. Dat omvat directe opbrengsten zoals rente, dividend en huur, รฉn de waardeontwikkeling van je bezittingen. Win je waarde, dan betaal je; verlies je waarde, dan is dat aftrekbaar.

Het belangrijkste verschil is dus de grondslag: het huidige stelsel werkt met vaste rendementspercentages, terwijl het nieuwe stelsel uitgaat van wat je daadwerkelijk verdient. Ook nieuw is de kostenaftrek: vanaf 2028 mag je kosten zoals bankkosten, transactiekosten en onderhoudskosten van vastgoed aftrekken van je rendement. Voor het lopende belastingjaar 2026 geldt nog het huidige forfaitaire stelsel met tegenbewijsregeling.

Wat is werkelijk rendement in box 3?

Werkelijk rendement is het daadwerkelijke resultaat op je vermogen in een jaar, en bestaat uit twee delen. De reguliere voordelen zijn rente, dividend, huur en pacht. Daarnaast telt de waardeontwikkeling mee: de winst of het verlies op bijvoorbeeld aandelen, obligaties en crypto. Samen vormen die je belastbare rendement, verminderd met aftrekbare kosten.

Aftrekbaar zijn onder meer: betaalde rente op schulden, beheerkosten van bankrekeningen, transactiekosten bij aan- en verkoop van beleggingen, en onderhoudskosten van onroerend goed. Dit is een fundamenteel verschil met het huidige stelsel, waarin dergelijke kosten niet in mindering kunnen worden gebracht op het forfaitaire rendement.

Vermogensaanwas of vermogenswinst: wat is het verschil?

Het nieuwe stelsel gebruikt twee systemen naast elkaar. Bij een vermogensaanwasbelasting betaal je elk jaar belasting over de waardestijging, ook als je nog niets hebt verkocht. Bij een vermogenswinstbelasting betaal je pas bij verkoop, over de gerealiseerde winst.

In het wetsvoorstel zoals de Tweede Kamer het aannam, is vermogensaanwas de hoofdregel en vallen alleen vastgoed en aandelen in start-ups en scale-ups onder vermogenswinst. Het kabinet wil daar vanaf 2028 alle financiรซle instrumenten aan toevoegen, zoals aandelen, obligaties en opties.

KenmerkVermogensaanwasbelastingVermogenswinstbelasting
Wanneer belastJaarlijks, over de waardeontwikkelingPas bij verkoop (realisatie)
Geldt voor (wetsvoorstel Tweede Kamer)Spaargeld, aandelen, obligaties, cryptoOnroerend goed, aandelen start-ups/scale-ups
Geldt voor (voorstel kabinet 29 september 2026)Wat geen vastgoed, start-up of financieel instrument is, tot 2030Ook alle financiรซle instrumenten, zoals aandelen, obligaties en opties, vanaf 2028
Belast bij niet-verkocht bezitJa, ook ongerealiseerde winstNee
Gevolg voor jouMogelijk belasting zonder dat er geld vrijkomtBelasting valt samen met de verkoopopbrengst

Ook in het nieuwe voorstel verloopt de overgang in twee fasen, maar met een andere verdeling. In 2028 gaan vastgoed, aandelen in start-ups en scale-ups en alle financiรซle instrumenten onder de vermogenswinstbelasting; de overige bezittingen volgen in 2030. In het wetsvoorstel zoals de Tweede Kamer het aannam, bleven aandelen en obligaties tot die tweede fase onder de vermogensaanwasbelasting.

Volgens de stukken bij de Kamerbrief van 13 september schoof een volledige vermogenswinstbelasting door het uitstel nog op naar 2031; het nieuwe voorstel houdt 2030 aan. Voor beleggers is het verschil tussen de twee systemen cruciaal. Verderop leg ik uit waarom een heffing bij verkoop juist gunstig kan uitpakken.

Het belasten van ongerealiseerde waardestijgingen is het meest controversiรซle onderdeel van het nieuwe stelsel. Bij vermogensaanwasbelasting betaal je jaarlijks 36% belasting over papieren winst die je nog niet hebt verzilverd, wat kan leiden tot een ‘liquiditeitsval’. Stel: je beleggingsportefeuille groeit in 2028 met โ‚ฌ 10.000, dan betaal je in 2029 โ‚ฌ 2.952 belasting: (โ‚ฌ 10.000 โˆ’ โ‚ฌ 1.800) ร— 36%.

Daalt de koers vervolgens sterk, dan heb je belasting betaald over winst die inmiddels verdampt is. Je mag het verlies wel verrekenen met toekomstige winsten, maar de overheid heeft de winst al geรฏncasseerd terwijl jij het marktrisico draagt.

Wat betekent box 3 2028 voor spaarders?

Voor spaarders sluit de belasting straks aan op de werkelijk ontvangen rente. Is de spaarrente laag, dan betaal je weinig; is die hoog, dan betaal je meer. Dat is een verschil met het huidige stelsel, waarin over spaargeld met een laag forfaitair rendement wordt gerekend dat soms hoger of lager uitvalt dan je echte rente.

Rekenvoorbeeld spaarder. Stel je hebt โ‚ฌ 80.000 op een spaarrekening met 2,5% rente. Je werkelijke rendement is dan โ‚ฌ 2.000 per jaar.

Na aftrek van het heffingsvrije resultaat van โ‚ฌ 1.800 betaal je belasting over โ‚ฌ 200: โ‚ฌ 200 ร— 36% = โ‚ฌ 72. Het nieuwe stelsel is dus voordelig voor spaarders met lage rendementen, maar kan duurder uitpakken bij hogere spaarrentes.

Met het heffingsvrije resultaat van โ‚ฌ 1.000 uit het voorstel van 29 september betaal je in hetzelfde voorbeeld belasting over โ‚ฌ 1.000: โ‚ฌ 1.000 ร— 36% = โ‚ฌ 360. Het kabinet rekent zelf voor dat je met 2% rente over de eerste โ‚ฌ 50.000 spaargeld geen belasting betaalt. Die grens kan nog veranderen: sinds 1 oktober is het kabinet bereid tot een andere ondergrens.

Wat betekent box 3 2028 voor beleggers en FIRE?

Voor beleggers hangt het antwoord af van de novelle. Gaat die door, dan betaal je vanaf 2028 over de koerswinst op je aandelen en ETF’s pas belasting als je verkoopt. Ik verwacht dat uitgekeerd dividend wel elk jaar belast blijft, net als huur bij vastgoed in het wetsvoorstel. Bij een accumulerende ETF, die het dividend in het fonds herbelegt, betaal je dan wellicht pas bij verkoop; zeker is dat pas als de tekst van de novelle er is.

In het wetsvoorstel zoals de Tweede Kamer het aannam, is de vermogensaanwasbelasting het grote aandachtspunt. Daarin betaal je jaarlijks belasting over de waardestijging van je beleggingen, ook over aandelen die je niet hebt verkocht. In een goed beursjaar kan dat betekenen dat je belasting moet betalen zonder dat er geld is vrijgekomen.

De impact op je rendement is reรซel. Stel je behaalt met een wereldwijd gespreide index (zoals de MSCI ACWI index) een historisch gemiddelde van 9%:

  • Nu: de belastingdruk komt neer op circa 2,16% (6,00% forfait ร— 36%). Netto rendement: 6,84%.
  • Vanaf 2028 met vermogensaanwas: 36% belasting over die 9% winst betekent een druk van 3,24%. Netto rendement: 5,76%.

Dit lijkt een klein verschil, maar door het wegvallen van het rente-op-rente-effect over de reeds afgedragen belasting loopt de schade op de lange termijn flink op. Volgens een recente deep dive kan het eindkapitaal in het nieuwe stelsel tot wel een factor 3,5 lager uitvallen dan onder het huidige regime. Houd er rekening mee dat dit modelmatige schattingen zijn, sterk afhankelijk van de aannames.

Je gaat bovendien al bij een veel lager vermogen belasting betalen. Door het heffingsvrije resultaat van โ‚ฌ 1.800 op de winst betaal je (uitgaande van datzelfde rendement van 9%) al box 3-belasting vanaf een belegd vermogen van ongeveer โ‚ฌ 20.000. Een belangrijk pluspunt blijft wel dat verliezen voortaan verrekenbaar zijn met toekomstige winsten.

Tip: gebruik de FOB-vergelijker voor indexfondsen, ETF’s en brokers om te zien waar je het voordeligst belegt.

Langer doorwerken voor FIRE?

De cijfers liegen niet: de opbouwfase wordt zwaarder onder de vermogensaanwasbelasting. Uit de deep-dive-berekeningen blijkt dat een gemiddelde FIRE-aspirant rekening moet houden met een verlenging van de opbouwfase met bijna 4 jaar. Dat is fors, maar het maakt financiรซle vrijheid zeker niet onmogelijk.

Drie risico’s voor beleggers rond de overgang naar 2028

Naast de structureel hogere belastingdruk lopen beleggers door de overgang drie specifieke risico’s. In het slechtste geval kun je tientallen procenten van je vermogen kwijtraken zonder dat je daadwerkelijk rendement hebt gemaakt.

Risico 2 en 3 horen bij de jaarlijkse heffing over papieren winst en vervallen voor aandelen en ETF’s als de novelle doorgaat. Of risico 1 blijft, hangt af van de startwaarde die het voorstel voor beleggingen hanteert; die staat nog niet in de brief van 29 september.

1. Het overgangsrisico: verlies van vรณรณr 2028 telt niet mee

Verliesjaren van vรณรณr 2028 kunnen niet worden meegenomen naar het nieuwe stelsel. Daalt de beurs vรณรณr 2028 en herstelt die daarna, dan betaal je belasting over de stijging vanaf het dieptepunt, ook al is dat in feite niets meer dan herstel van eerder verlies.

Een voorbeeld. Je hebt โ‚ฌ 100.000 belegd. Tussen nu en 1 januari 2028 daalt de waarde met 57%, zoals tijdens de kredietcrisis van 2008. Op de peildatum heb je nog โ‚ฌ 43.000.

Herstelt de beurs daarna volledig naar โ‚ฌ 100.000, dan heb je feitelijk geen rendement gemaakt, maar volgens de Belastingdienst boekte je โ‚ฌ 57.000 winst. Daarover betaal je 36%: โ‚ฌ 20.520. Na herstel houd je dus geen โ‚ฌ 100.000 over maar โ‚ฌ 79.480. Je bent ruim 20% van je vermogen kwijt zonder ook maar enige echte winst.

2. Het correctierisico: belasting over winst die later verdampt

In het nieuwe stelsel betaal je jaarlijks 36% over niet-gerealiseerde koerswinst. Boek je in 2028 en 2029 samen ruim 40% winst (zoals in 2023-2024), dan reken je daarover af, ook zonder de winst te verzilveren. Daalt de beurs daarna met 40%, dan krijg je niets terug. Er bestaat wel verliesverrekening, maar die kent harde grenzen: alleen voor verliezen nรก 2028, alleen boven de drempel van โ‚ฌ 500, en alleen met toekomstige box 3-inkomsten zolang je in Nederland belastingplichtig bent.

Stop je met beleggen of emigreer je, dan kan de verliesverrekening dus grotendeels of geheel onbenut blijven. Ook hier geldt: je kunt effectief tientallen procenten van je vermogen kwijtraken zonder structureel rendement te hebben behaald. Let op: juist dit gat (een verlies dat onbenut blijft bij emigratie of overlijden) is wat de onderzochte carry-back van รฉรฉn jaar deels zou dichten. De brief van 29 september noemt de carry-back niet.

3. Het liquiditeitsrisico: gedwongen verkopen op een slecht moment

Je moet vanaf 2028 jaarlijks belasting betalen over niet-gerealiseerde winst. Zit al je vermogen vast in beleggingen, dan kun je gedwongen worden te verkopen om de aanslag te voldoen, mogelijk op een ongunstig moment.

Stel je hebt โ‚ฌ 100.000 belegd en maakt โ‚ฌ 27.000 winst, zoals in 2019. Daarover ben je bijna โ‚ฌ 10.000 belasting verschuldigd. Daalt de beurs op het moment van betalen met 50%, dan krimpt je vermogen naar โ‚ฌ 63.500; na het betalen van de belasting blijft โ‚ฌ 53.500 over om mee te herstellen.

Herstelt de beurs volledig, dan kom je uit op โ‚ฌ 107.000, terwijl je zonder die tussentijdse daling โ‚ฌ 117.000 zou hebben gehad. Door op een slecht moment te moeten liquideren ben je effectief bijna 10% kwijt. Een cashbuffer van ongeveer 10% van je beleggingen is meestal groot genoeg om dit risico op te vangen.

De oplossingen voor deze drie risico’s komen grotendeels overeen: beleggingen (deels) omzetten in spaargeld of deposito’s, pensioenbeleggen, of beleggen via een BV. Die bespreek ik verderop in Box 3-belasting vermijden of beperken.

Voor wie de risico’s kwantitatief wil doorgronden: op r/DutchFIRE staan risicosimulaties die de overgang doorrekenen.

De paradox: minder eindkapitaal, maar meer veiligheid?

Interessant genoeg pakt het nieuwe stelsel gunstig uit voor het sequence of returns risk: het gevaar dat een beurscrash vlak na je pensioendatum je portefeuille decimeert. Omdat je in het nieuwe stelsel bij verlies geen belasting betaalt รฉn dat verlies mag verrekenen met latere winstjaren, fungeert de overheid als een soort schokdemper tijdens slechte beursjaren. Daardoor daalt de faalkans van je portefeuille.

Dat compenseert deels de daling van de SWR (Safe Withdrawal Rate: hoeveel je per jaar veilig aan je vermogen kunt onttrekken) door het lagere verwachte eindkapitaal. Voor een portefeuille van 80% aandelen en 20% spaargeld/obligaties over 30 jaar zou de SWR binnen de aannames van de deep dive dalen van ongeveer 3,3% naar circa 3,0%.

Hoeveel belasting betaal je in het nieuwe box 3-stelsel?

Het voorgestelde tarief is 36% over je werkelijke rendement. Daarop geldt in het wetsvoorstel een heffingsvrij resultaat van โ‚ฌ 1.800 per persoon: over de eerste โ‚ฌ 1.800 rendement betaal je geen belasting. Het kabinet wil dat bedrag per 2028 verlagen naar โ‚ฌ 1.000. Over het rendement boven het heffingsvrije resultaat betaal je 36%.

Fiscale partners kunnen het heffingsvrije resultaat samen benutten. Een verlaging van het tarief naar 35% en een verhoging van het heffingsvrije resultaat naar โ‚ฌ 1.900 stonden op de menukaart van 19 juni 2026, maar het kabinet heeft ze niet voorgesteld. Het rekenvoorbeeld hieronder laat beide bedragen zien: โ‚ฌ 1.800 uit het wetsvoorstel en โ‚ฌ 1.000 uit het voorstel van 29 september, al is het kabinet sinds 1 oktober bereid tot een andere grens.

Rekenvoorbeeld. Stel je behaalt โ‚ฌ 5.000 werkelijk rendement uit dividend, rente en waardestijging, en je hebt โ‚ฌ 200 aan transactiekosten gemaakt. Je netto rendement is โ‚ฌ 4.800. Na aftrek van het heffingsvrije resultaat: โ‚ฌ 4.800 โˆ’ โ‚ฌ 1.800 = โ‚ฌ 3.000.

Hierover betaal je 36%: โ‚ฌ 3.000 ร— 0,36 = โ‚ฌ 1.080 belasting. Met het heffingsvrije resultaat van โ‚ฌ 1.000 wordt dat (โ‚ฌ 4.800 โˆ’ โ‚ฌ 1.000) ร— 0,36 = โ‚ฌ 1.368. Met een fiscaal partner laat je samen โ‚ฌ 3.600 heffingsvrij (2 ร— โ‚ฌ 1.800), in het nieuwe voorstel โ‚ฌ 2.000. Bereken je eigen situatie met onze vermogensbelasting calculator.

Wat als je in een jaar verlies maakt?

Een negatief rendement mag je verrekenen met positief rendement in latere jaren (carry-forward). Daarbij geldt een verliesdrempel van โ‚ฌ 500: de eerste โ‚ฌ 500 verlies in een jaar is niet verrekenbaar, het meerdere wel. Achterwaartse verrekening met eerdere jaren is in het huidige voorstel niet opgenomen, al staat dat punt politiek volop ter discussie.

Een motie van ChristenUnie en JA21 om achterwaartse verliesverrekening (carry-back) mogelijk te maken werd in februari 2026 door een meerderheid van de Tweede Kamer aangenomen, met steun van coalitiepartij VVD. In de brief van 19 juni 2026 noemt het kabinet een carry-back van รฉรฉn jaar als belangrijkste onderzochte verzachting. De werking: een verlies uit 2029 zou je dan mogen verrekenen met je box 3-inkomen uit 2028.

Dat is vooral van belang bij overlijden of emigratie, waar een verlies anders nooit meer verrekend kan worden. In de bijlage bij de Kamerbrief van 13 september 2026 is een carry-back van รฉรฉn jaar geraamd op โ‚ฌ 1.387 miljoen in 2028 en โ‚ฌ 3.535 miljoen cumulatief tot en met 2031. Een variant met twee jaar carry-back werd eerder geraamd op ruim โ‚ฌ 2,2 miljard in het eerste jaar.

De menukaart bevat meer dan alleen de carry-back. Voor beleggers en spaarders zijn vooral relevant: een verlaging van het tarief van 36% naar 35%, een verhoging van het heffingsvrije resultaat van โ‚ฌ 1.800 naar โ‚ฌ 1.900, behoud van de heffingskorting voor groen beleggen, een doorschuifregeling bij huwelijk en scheiding, en voortgang van een aparte wet om start-ups en scale-ups fiscaal te stimuleren.

Daarnaast staan er enkele specifieke regelingen op de lijst: onder meer voor NSW-landgoederen, een keuzeregeling partiรซle buitenlandse belastingplicht en een win-winlening voor particulieren die geld uitlenen aan mkb-ondernemingen. In de brief van 29 september kiest het kabinet voor een andere route: een vermogenswinstbelasting voor financiรซle instrumenten vanaf 2028. De carry-back en de andere verzachtingen komen in die brief niet terug; alleen een regeling voor NSW-landgoederen neemt het kabinet mee.

Vermogenswinstbelasting: het goede nieuws voor beleggers

Het echt goede nieuws voor beleggers komt mogelijk al in 2028. Gaat de novelle door, dan belast box 3 de koerswinst op je aandelen en ETF’s pas bij verkoop, en vanaf 2030 geldt dat voor al je bezittingen. De situatie wordt dan vergelijkbaar met (of zelfs gunstiger dan) de huidige box 2-constructies, en duidelijk beter dan de vermogensaanwasbelasting. Het rendement-op-rendement-effect werkt dan namelijk weer volledig in jouw voordeel.

In box 2 heb je nu al een vorm van vermogenswinstbelasting: je betaalt pas bij realisatie van de winst, mag verliezen verrekenen, en de gecombineerde belastingdruk ligt rond de 39%. Als box 3 straks ook pas heft bij realisatie, maar tegen een tarief van 36% inclusief verliesverrekening, ben je onder de streep waarschijnlijk zelfs beter af dan in box 2. Je profiteert dan van:

  • Een lager belastingtarief (36% versus ongeveer 39%).
  • Belastinguitstel tot het moment van verkoop, inclusief verliesverrekening.
  • Het ontbreken van de extra kosten en administratieve rompslomp van een box 2-constructie.

In dat scenario zou de weg naar FIRE zelfs eenvoudiger en toegankelijker kunnen worden dan onder het huidige stelsel. Belangrijke kanttekening: ook dit is een voorstel van het kabinet, geen vaststaand feit. De novelle moet vรณรณr 31 december 2026 door beide Kamers, en details zoals de startwaarde van je beleggingen staan nog niet in de brief.

Wat betekent het voor vastgoedbezitters?

Voor onroerend goed geldt een vermogenswinstbelasting: de waardestijging belast je pas bij verkoop, niet jaarlijks. De directe opbrengst wordt wรฉl ieder jaar belast, en daarvoor onderscheidt het voorstel drie situaties.

  • Minimaal 90% van het jaar verhuurd: je betaalt over de ontvangen huur- en pachtinkomsten.
  • Het hele jaar niet verhuurd: er geldt een vastgoedbijtelling van 3,35% van de WOZ-waarde.
  • Gemengd gebruik, minder dan 90% verhuurd: je betaalt over het hรณรณgste van de werkelijke huurinkomsten of die vastgoedbijtelling.

Jaarlijkse onderhouds- en periodieke kosten zijn in alle drie de gevallen aftrekbaar; verbeteringskosten worden geactiveerd. Het kabinet wil het percentage van de vastgoedbijtelling voor het eerst na vijf jaar herijken, en doet aanvullend onderzoek naar vakantiewoningen in eigen bezit.

Als startpunt voor de waardebepaling geldt de waarde op 1 januari 2028 (voor woningen de WOZ-waarde, voor niet-woningen de waarde in het economisch verkeer). Waardestijging vรณรณr die datum blijft buiten de heffing. Bij verkoop wordt het verschil tussen de verkoopprijs en die startwaarde belast, waarbij je verbeteringskosten vanaf 1 januari 2028 mag aftrekken, mits goed gedocumenteerd.

Box 3-belasting vermijden of beperken

Wil je beleggen maar de box 3-belasting en de overgangsrisico’s beperken, dan kan pensioenbeleggen een overweging waard zijn. Je hebt daarvoor jaarruimte of reserveringsruimte nodig. Zie deze blogpost voor uitleg en details.

Tijdelijk overstappen op een depositoladder kan ook, al kost dat mogelijk flink wat rendement. En je zou kunnen overwegen om vanuit box 2 (een BV) te beleggen; dat heeft zijn eigen aandachtspunten. Welke route het beste past, hangt sterk af van je persoonlijke situatie.

Wat moet je nu al doen?

Zolang het nieuwe stelsel er niet is, verandert er niets aan de manier waarop je aangifte doet: het huidige forfaitaire stelsel met tegenbewijsregeling blijft gelden, ook over 2027. Wel wil het kabinet voor 2027 het heffingsvrije vermogen verlagen naar โ‚ฌ 30.846 en het forfait voor overige bezittingen met 1,5 procentpunt verhogen, al kijkt de minister daar sinds 1 oktober opnieuw naar. Bereken wat je nu betaalt met onze vermogensbelasting calculator en lees wat er in 2026 en 2027 in box 3 geldt.

Het is verstandig om vanaf nu je kosten en transacties bij te houden, want die worden in het nieuwe stelsel relevant. Dat geldt nog sterker nu het kabinet verwacht dat banken in ieder geval in het eerste jaar geen gegevens kunnen aanleveren voor de vooraf ingevulde aangifte.

Wanneer gaat het nieuwe box 3-stelsel in?

De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028. Daarvoor moet de Eerste Kamer de novelle vรณรณr 31 december 2026 aannemen, en daarom vraagt het kabinet de Raad van State om spoedadvies en wil het de novelle laten meelopen met de behandeling van het Belastingplan 2027.

Haalt de Eerste Kamer die datum niet, dan volgt volgens de besluitvormingsstukken bij de Kamerbrief van 13 september in ieder geval een jaar uitstel. Het huidige forfaitaire stelsel met tegenbewijsregeling blijft dan ook in 2028 gelden.

De overstap gaat in het voorstel in twee stappen: in 2028 gaan alle financiรซle instrumenten onder de vermogenswinstbelasting, in 2030 volgen de overige bezittingen. Eerder werd invoering van het nieuwe stelsel al uitgesteld van 2026 naar 2027 en daarna naar 2028.

De Tweede Kamer nam op 10 februari 2026 een motie aan die de regering vraagt uiterlijk bij het Belastingplan 2029 een box 3-stelsel op basis van vermogenswinst te presenteren, inclusief dekking. Het kabinet noemt het voorstel van 29 september een invulling van die motie-Vermeer.

Tot een nieuw stelsel er is, blijft het huidige forfaitaire stelsel met tegenbewijsregeling gelden, ook voor 2027.

Tijdlijn en status van het wetsvoorstel

  • 19 mei 2025: wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 aangeboden aan de Tweede Kamer.
  • 10 februari 2026: de Tweede Kamer neemt de motie-Vermeer aan, die de regering vraagt uiterlijk bij het Belastingplan 2029 een box 3-stelsel op basis van een vermogenswinstbelasting te presenteren, inclusief dekkingsopties.
  • 12 februari 2026: de Tweede Kamer neemt het wetsvoorstel aan.
  • 25 februari 2026: staatssecretaris Eelco Eerenberg kondigt aan het voorstel te willen aanpassen vanwege verwachte weerstand in de Eerste Kamer.
  • 26 februari 2026: de Tweede Kamer neemt een motie aan die het kabinet vraagt in te zetten op achterwaartse verliesverrekening.
  • 6 maart 2026: Kamerbrief: het kabinet houdt vast aan invoering per 2028 en onderzoekt carry-back vanaf 2029.
  • 19 mei 2026: de Eerste Kamer houdt twee deskundigenbijeenkomsten over het wetsvoorstel.
  • 19 juni 2026: Eerenberg stuurt beide Kamers een brief met een “menukaart” van onderzochte verzachtingen: een carry-back van รฉรฉn jaar, een verlaging van het tarief van 36% naar 35%, een verhoging van het heffingsvrije resultaat van โ‚ฌ 1.800 naar โ‚ฌ 1.900, behoud van de heffingskorting voor groen beleggen, een doorschuifregeling bij huwelijk en scheiding, voortgang van de wet voor start-ups en scale-ups, en enkele specifieke regelingen (NSW-landgoederen, partiรซle buitenlandse belastingplicht, win-winlening). Concrete keuzes en dekking volgen later; hij vraagt de Eerste Kamer de stemming uit te stellen.
  • 25 juni 2026: de Hoge Raad oordeelt dat niet-bezwaarmakers geen recht hebben op rechtsherstel over 2017 tot en met 2020 (ECLI:NL:HR:2026:907). Voor de ongeveer een miljoen mensen die destijds geen bezwaar maakten tegen hun aanslag, is daarmee de laatste route naar teruggaaf dicht.
  • 30 juni 2026: de Eerste Kamer debatteert over het wetsvoorstel en besluit de stemming aan te houden tot de novelle is behandeld.
  • 7 juli 2026: de Eerste Kamer verwerpt de motie-Schalk (SGP) om geen bezwaar te maken tegen intrekking van het wetsvoorstel. De drie andere moties worden aangehouden. Over het wetsvoorstel zelf stemt de senaat niet.
  • 31 augustus 2026: D66, VVD en CDA sluiten een begrotingsakkoord. Over box 3 wordt in de augustusbesluitvorming geen besluit genomen, zo staat in de ambtelijke nota van 3 september 2026.
  • 13 september 2026: minister Heinen en staatssecretaris Eerenberg sturen een Kamerbrief over box 3. De steun voor aanpassingen en voor de dekking daarvan liggen te ver uiteen voor een breed gedragen voorstel. Het kabinet vraagt de Eerste Kamer de behandeling aan te houden en wil bij het eerstvolgende budgettaire besluitvormingsmoment met voorstellen komen.
  • 15 september 2026: het pakket Belastingplan 2027 bevat geen enkele box 3-maatregel en er is geen novelle ingediend. Voor 2027 blijft het huidige forfaitaire stelsel gelden, met een heffingsvrij vermogen van โ‚ฌ 60.098 en een forfait op overige bezittingen van 6,37%.
  • 29 september 2026: in een Kamerbrief over box 3, koopkracht en sociale zekerheid kiest het kabinet voor een novelle op het wetsvoorstel. Het voorstel: vanaf 2028 een vermogenswinstbelasting voor alle financiรซle instrumenten, vanaf 2030 voor de overige bezittingen, en een heffingsvrij resultaat van โ‚ฌ 1.000. Ter dekking dalen per 2027 het heffingsvrij vermogen naar โ‚ฌ 30.846 en het hoge box 2-tarief voor vier jaar naar 29,2%, en stijgt het forfait voor overige bezittingen met 1,5 procentpunt. De novelle moet vรณรณr 31 december 2026 door de Eerste Kamer.
  • 1 oktober 2026: tijdens de Algemene Financiรซle Beschouwingen zegt minister Heinen dat het kabinet bereid is tot een andere grens dan het heffingsvrije resultaat van โ‚ฌ 1.000, na kritiek van oppositie en coalitiefracties. Ook naar de verlaging van het heffingsvrij vermogen en de hogere heffing voor 2027 kijkt hij opnieuw. Duidelijkheid volgt bij de behandeling van het Belastingplan.

Google  Maak FOB een voorkeursbron

Dan zie je mijn kijk op wat je gezocht hebt,
ook als je niet wist dat ik erover geschreven heb.

De informatie op deze site is mijn persoonlijke mening, geen beleggingsadvies en je blijft zelf verantwoordelijk bij opvolgen ervan. Met beleggen kun je je inleg verliezen. Behaalde resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Valutaschommelingen kunnen je rendement beรฏnvloeden. Blauw onderstreepte links met kliklogo kunnen mij een vergoeding opleveren voor het doorverwijzen. Dit kost jou niets. Reacties kunnen worden gemodereerd of verwijderd. Het opnemen van de naam, het logo of de links van Interactive Brokers (IBKR), DEGIRO, Saxo, Brand New Day en andere blauw onderstreepte partners vindt uitsluitend plaats op grond van een advertentieovereenkomst. Deze partijen zijn geen bijdrager, recensent, aanbieder of sponsor van de inhoud die op deze site wordt gepubliceerd, en zijn niet verantwoordelijk voor de juistheid van de besproken producten of diensten.

Mr FOB

Mr FOB heeft in 2016 Financieel Onafhankelijk Blog opgericht. FOB gaat over besparen, beleggen en alles wat verder nodig is om financieel onafhankelijk te worden en te blijven. Mr FOB is zelf in 2019 gestopt met werken op 49 jarige leeftijd.

FOB is miljoenen keren gelezen, in Nederland erkend als Digitaal Cultureel Erfgoed en verschenen in vele landelijke media. Lees meer over Mr FOB.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


80 reacties

  1. Wordt herbalanceren met het nieuwe box 3-voorstel niet een stuk minder aantrekkelijk voor beleggers die bij de grootbanken de twee of drie NT-fondsen aanhouden?

    Herbalanceren betekent daar immers dat je een deel van een fonds moet verkopen en vervolgens een ander fonds moet aankopen. Als de voorgestelde box 3-heffing daarbij ook rekening houdt met gerealiseerde vermogenswinsten, kan zoโ€™n verkoop direct tot een belastingclaim leiden. Zeker bij grotere vermogens kan dat best aanzienlijk zijn. Dat maakt het minder aantrekkelijk om periodiek terug te sturen naar de gewenste assetallocatie.

    Voor mij is dat een extra argument om eerder over te stappen naar fondsen zoals VALL en WEBN, waarbij de fondsen zelf de onderliggende beleggingen herbalanceren.

    Hoe zie jij dit Mr. FOB, ook aangezien je nog aan het overwegen bent om over te stappen naar VALL bij Saxo?

    1. Daar ben ik het mee eens op basis van de nog niet definitieve plannen zoals ze nu staan. Fondsverkoop met winst zal belastingbetaling triggeren en daarmee ongunstig doorwerken op het rente-op-rente effect.

  2. Ik heb 10 jaar geleden aandelen gekocht die inmiddels zo’n 400% rendement opleveren bij verkoop. Wat is de grondslag voor de box 3 vermogenswinstbelasting vanaf 2028?

    1. Vermogenswinst = Verkoopprijs – Aankoopprijs (van 10 jaar geleden)
    2. Vermogenswinst = Verkoopprijs – Waarde van de aandelen op 1 januari 2028

    1. Ik vermoed dat laatste.

  3. Mr fob ik vraag me nu het volgende af; in het beoogde aanwasstelsel had je nog de mogelijkheid om je jaarwinst op beleggingen te verrekenen met de rente op een aflossingsvrije hypotheek in box 3. Als er nu een vermogenswinstbelasting bij verkoop wordt ingevoerd is de aftrek in het verkoopjaar natuurlijk vele male marginaler tov de winst dan wanneer je dat jaarlijks doet bij aanwasbelasting.

    Kortom, mijn gevoel is dat ik nu nog slechter af ben. Ja ik kan belasting uitstellen tot verkoop maar als ik dan verkoop heb ik veel minder rentekosten die ik kan aftrekken en ben ik dus uiteindelijk duurder uit dan met aanwasbelasting.

    Of mis ik iets en maak ik een denkfout? Hoor graag!

    1. De rente op je aflossingsvrije hypotheek blijft in het wetsvoorstel elk jaar aftrekbaar, ook als je niets verkoopt. In een jaar zonder verkoop heb je dan vooral rentekosten, dus een negatief resultaat. Dat verlies mag je vooruit verrekenen met latere winst. De rente spaart zich zo op en gaat in het verkoopjaar alsnog van je winst af, dus marginaal wordt die aftrek niet.

      Wat je wel kwijtraakt: per verliesjaar de eerste โ‚ฌ 500, want dat is de verliesdrempel, en het heffingsvrije resultaat van dat jaar, want dat benut je alleen bij een positief resultaat. Met het voorgestelde heffingsvrije resultaat van โ‚ฌ 1.000 kost je dat hooguit (โ‚ฌ 500 + โ‚ฌ 1.000) ร— 36% = โ‚ฌ 540 per jaar.

      Daar staat uitstel tegenover. Bij aanwas betaal je elk jaar, bij vermogenswinst pas bij verkoop, en het geld dat je tussentijds niet afdraagt blijft voor je renderen.

      Bovendien bepaal je zelf wanneer je winst neemt. Realiseer je elk jaar net genoeg winst om je rente en het heffingsvrije resultaat op te vullen, dan valt ook dat nadeel grotendeels weg.

      Eรฉn voorbehoud: de tekst van de novelle is er nog niet, dus hoe de verliesverrekening er precies uit komt te zien, weten we pas als die er ligt.

  4. Heffingsvrij vermogen wordt in 2027 gehalveerd.

    “Ook volgend jaar worden beleggers en spaarders al geraakt. Iedereen die volgend jaar meer dan 30.850 euro op de bank heeft staan of anderszins vermogen bezit, betaalt in 2027 belasting in box 3. Het heffingsvrije vermogen zou aanvankelijk nog op 61.000 euro uitkomen, maar wordt nu dus gehalveerd.” (Bron: AD)

  5. Sell in September 2026 and go away, but remember to come back in January 2028.

    Naar aanleiding van het recente box-3-uitstel kwam bovengenoemde (aangepaste) gezegde naar boven. Ik kwam voor mijzelf tot deze conclusie omdat ik genoeg risk-off alternatieven in 2027 heb, die gegarandeerd 2,75% (jaardeposito), 5% netto (extra hypotheek aflossen), 10% (schenken aan (klein) kinderen) opleveren. Dit komt vrijwel overeen met het fictieve rendement op peildatum 1 januari 2027. En daarna blijft het een gevaarlijke fiscale black-3-box.

    Waarom deze strategische aanpak waarschijnlijk het beste werkt:
    โ€ข Sell in September 2026
    โ†’ sluit perfect aan op de antiโ€‘misbruikregel en het vermijden van papieren winsten in 2027
    โ†’ verkoopmoment 2026
    โ€ข and go away
    โ†’ echo van het originele beursgezegde
    โ†’ geeft de rustperiode 2027 mooi weer (extra aflossen hypotheek, depositoโ€™s, consumeren, schenken)
    โ€ข but remember to come back in January 2028
    โ†’ exact de fiscale resetdatum
    โ†’ nieuwe aankoopkoers
    โ†’ schoon instappen in VAB/VWB/hybride
    โ†’ terugkoopmoment 2028

    Noot: dit is geen advies; iedere bezoeker van deze site kan aan de hand van zijn feiten en omstandigheden een strategische box-3-positie innemen.

  6. “Het kabinet gaat op zoek naar een stelsel dat pas heft over winst die je echt hebt gemaakt, dus bij verkoop, en wil die discussie meenemen in de gesprekken met werkgevers…”
    Men begint eindelijk in te zien, dat belasting op ongerealiseerde winst voor veel problemen en geen acceptatie zorgt. De vraag is dan wel wie dat weer gaat betalen. De opmerking dat het wordt gebruikt als onderhandeling laat zien welke richting we moeten denken.

  7. Ik stond tot dit jaar op het punt om een beleggingsrekening te openen voor mijn kleine. En door middel van de belatingvrije schenking dit jaarlijks wat bij te vullen. Met als doel bij 18 jaar een potje te hebben voor een bijdrage aan huis. Rekeninghoudend met de huidige drempelwaarde van 58K (keer 2) voor box3. Maar dit grapje maakt volgens mij gewoon mogelijk dat dit je gewoon meer gaat kosten dan opleveren.

    Heb hier van afgekeken voor nu. Ik laat vermogen nu mooi in de holding, maar goed kan natuurlijk op wachten dat ze daar ook achtergaan.

    Ik spreek veel ondernemers en iedereen doet even niets, want iedereen is bang voor de effecten van de nieuwe wg.

  8. Ik heb ook mโ€™n vermogen in ETFs in box 3. Na het lezen van dit artikel en de media vind ik eigenlijk dat er aan 1 onderwerp onvoldoende aandacht wordt besteed en dat is de verliescompensatie. Er is veel focus op de belastingdruk van box 3 versus box 2, maar wat als het nieuwe box 3 systeem op 1 januari 2028 ingaat en de beurs in 2026 of 2027 een duik neemt? Dan pak je dat verlies onverrekenbaar mee in het huidige/nieuwe box 3 systeem en wordt je op werkelijk rendement vol belast bij herstel. Daar gaat ook die verliescompensatie die nog wordt bekeken niets aan doen, want die gaat alleen over het nieuwe stelsel (2029 over 2028 bijv.). Ik snap niet dat de politiek daar zo makkelijk over heen stapt.

    Als ik het zo bekijk wil ik eigenlijk liefst voor 1 januari 2027 (en voor een grote crash) grotendeels naar box 2 denk ik.

  9. Hoe zit het, als je nog niet de AOW-leeftijd hebt bereikt, maar wel (al) leeft van je vermogen en geen box 1 inkomsten meer hebt? Gaat dan de algemene heffingskorting ook nog af van het bedrag wat je moet betalen aan box 3 belasting?

    Stel je hebt 300k vermogen, waarvan 230k belegd en 70k spaargeld en stel je hebt dat jaar een positief rendement van 25k. Dan wordt in principe je belasting (25.000-1800) * 36% is 8352 euro. Maar gaat daar dan nog je algemene heffingskorting van af? Die is nu 3115 euro bij laag inkomen. Dan zou je belasting dus niet 8352 euro zijn, maar 5237 euro. (Dus dan “slechts” 1,7% van je vermogen).

    1. Ja, dat klopt: de algemene heffingskorting gaat ook van je box 3-belasting af, ook zonder box 1-inkomen. Heffingskortingen zijn kortingen op de inkomstenbelasting รฉn de premie volksverzekeringen samen. Heb je geen premie te betalen, dan wordt dat premiedeel alsnog verrekend met je inkomstenbelasting โ€” dus met je box 3-heffing. Je rekensom van โ‚ฌ 5.237 klopt dus.

      Twee dingen om in de gaten te houden. Sinds 2025 hangt de hoogte van de korting aan je verzamelinkomen โ€” box 1, 2 en 3 samen. In 2026 is dat maximaal โ‚ฌ 3.115, met afbouw vanaf โ‚ฌ 29.736 en nihil boven โ‚ฌ 78.426. Bij โ‚ฌ 23.200 rendement krijg je de volle korting, maar in een goed beursjaar bouwt je box 3-inkomen de korting zelf af. En de korting kan nooit hoger zijn dan de belasting die je verschuldigd bent; wat overblijft, verdampt.

      Verder rekent je voorbeeld met het stelsel dat vanaf 2028 zou moeten gelden (โ‚ฌ 1.800 heffingvrij resultaat, 36%). Dat is nog geen wet. In 2026 geldt nog het forfaitaire stelsel, en dan kom je bij โ‚ฌ 230.000 beleggingen en โ‚ฌ 70.000 spaargeld uit op zo’n โ‚ฌ 4.244 belasting, min de heffingskorting: ongeveer โ‚ฌ 1.100. Dat is 0,38% van je vermogen โ€” een stuk minder dan de 1,7% straks.

  10. Heb 100000โ‚ฌ op 1 januari Dan koop ik maart auto voor 30000โ‚ฌ Dividend 1000โ‚ฌ De aandelen stijging 20% over 70000โ‚ฌ is 14000โ‚ฌ plus 1000โ‚ฌ dividend is 85000โ‚ฌ pp 31 dec Dat is minder dan 100000โ‚ฌ Dus geen belasting betalen?

    1. Nee; je betaalt belasting over je rendement, onafhankelijk van wat je al dan niet hebt opgenomen.

  11. Wat betekent een vastgoed bijtelling van 3,35% van de WOZ waarde? Moet je die 3,35% als belasting betalen, of wordt die bij je inkomen geteld en betaal je daar 36% van? En moet je dan daarnaast ook nog betalen over de waardegroei bij verkoop?

    1. De vastgoedbijtelling van 3,35% is geen direct belastingbedrag, maar een fictief inkomen waarover je belasting betaalt. Je betaalt daar dus het box 3-tarief (voorgenomen 36%) over. Daarnaast betaal je bij verkoop inderdaad ook belasting over de werkelijke waardegroei.

  12. Okรฉ, dus de belasting die je moet betalen is alleen over de winst die je in dat jaar behaald hebt bij verkoop van dat aandeel? Dat klinkt dan wel erg gunstig. Dus als ik vanaf 2029 nooit meer aandelen verkoop hoef ik dus ook geen enkel jaar belasting te betalen? Pas als ik ze verkoop (bijvoorbeeld als ik FIRE ben) en dan alleen de winst die ik in dat jaar op dat specifieke aandeel heb behaald?

    1. Tijdens de fase van de aanwasbelasting betaal je de belasting ook als je niets verkocht hebt. Tijdens de daarop volgende fase van winstbelasting betaal je de belasting alleen als je iets verkoopt. Beide zijn nog in de planfase, dus details of het hele plan kunnen nog wijzigen. Aanwasbelasting staat nu gepland voor 2028, winstbelasting op zijn vroegst vanaf 2030.

  13. Okรฉ, ik heb een paar vragen, want ik word hier toch niet blij van en vraag me af wat voor effect dit gaat hebben op mijn FIRE datum. Stel, nieuwe winstbelasting is ingegaan en we zitten inmiddels in 2040. Ik ben FIRE en wil geld uit mijn beleggingen onttrekken om van te leven. Ik heb de afgelopen 30 jaar alleen bijgekocht en nooit verkocht, maar nu FIRE dus nu wel verkopen.
    Is dit dan het scenario?:
    โ‚ฌ40.000 aan beleggingen verkocht, winst na 30 jaar is โ‚ฌ30.000, want bij aankoop in 2010 waren de aandelen โ‚ฌ10 per stuk en nu zijn ze โ‚ฌ40 per stuk. Betaal ik dan over โ‚ฌ30.000 -โ‚ฌ3600 (metbpartner) drempel zo’n 36% winstbelasting?? Dat zou betekenen dat ik i.p.v. โ‚ฌ40.000 nog maar zo’n (โ‚ฌ40.000-โ‚ฌ13.104=) โ‚ฌ26.896 Euro overhoud?

    Dat zou dan betekenen dat ik in het nieuwe belastingstelsel veeeeeel meer FIRE vermogen op moet bouwen dan met de 3% SWR toch? Want je bent al 1/3 kwijt van wat je onttrekt.
    Of zie ik iets over het hoofd? Behalve dan eventuele schokdemping in slechte jaren.

    Rekenen ze met de winst van dat jaar? Of vanaf het moment van aankoop? Dat kan namelijk ook 20 of 30 jaar geleden zijn als je nooit verkoopt.

    1. Je betaalt straks elk jaar direct belasting als je dat jaar winst hebt behaald. De impact hiervan op FIRE vind je in de aangehaalde deep dive.

  14. Wat ik in de discussie over vermogensbelasting mis is ” inflatiecorrectie “.
    Men doet alsof het bedrag waarmee het vermogen groeit ” winst ” is.
    Dat is natuurlijk lariekoek, de koopkracht van het vermogen gaat jaarlijks flink onderuit.
    Dat noemt men….inflatie…….
    Stel je bezit een vermogen van 100k en dat groeit (rente, dividend , etc.) met 3%.
    Dat is 3k, maar als de inflatie ook 3% is, heb je dus in werkelijkheid geen stuiver winst.
    De koopkracht van 103k is dan gelijk aan 100k het jaar ervoor.
    Hier zwijgt iedereen of inflatie niet bestaat. Vreemd en erg oneerlijk.
    Conclusie, de overheid neemt het niet zo nauw met de waarheid en is oneerlijk. Dit is gewoon pure diefstal, anders kan ik het niet noemen.

  15. Zou het niet beter en eerlijker zijn om rekening te houden met het reรซle rendement dus pas na inflatie? Zeg 7 procent rendement klinkt mooi maar las je daar zeg 2 procent inflatie vanaf haalt hou je maar 5 procent over. Als daar dan nog de 2,5 procent vanaf gaat dan blijft er reeel na een jaar risico lopen bar weinig van over.

    Ook bij de vermogenswinstbelasting zou het dan wel eerlijk zijn om de inflatie ook mee te nemen als โ€˜kostenโ€™ die afgetrokken zouden kunnen worden.

  16. Dag,

    Je geeft aan “verlies van vรณรณr 2028 telt niet mee”. Heb je een link van de overheid waar dit staat vermeld?

    1. De beslisnota die je hier kunt vinden rept over “Daarnaast lijkt het mogelijk om carry back per januari 2029 in te voeren” en “De budgettaire gevolgen van รฉรฉn jaar carry back”, waaruit je kunt concluderen dat dit niet zal gelden voor verliezen van voor 2028.

  17. Ik heb zojuist een youttube film gezien van Jullie waard die aangeeft dat het inderdaad interessant kan zijn om geld in je lijfrente te stoppen, ook al mag je deze niet aftrekken van de belasting.

    Het kan alsnog gunstig zijn als je dit lang laat renderen, ook al betaal je het hogere tarief.
    Je kan het natuurlijk ook zo spelen dat je dit pas vanaf je AOW leeftijd laat uitkeren, want dan betaal je nog minder belasting en is het rendement nog hoger.

    Hierbij de link naar de film: https://www.youtube.com/watch?v=9Pz5Nuvf3
    De calculator kan je hier vinden: https://www.julliewaarde.nl/ongerealiseerd-gerealiseerd

  18. Goedemorgen! Bedankt voor de informatie over de nieuwe Box3 belasting. Ik heb wel ern vraag. Hoe zit het met opties? Ik schrijf vaak call opties op aandelen die ik bezit. Om premie te pakken. Dat heeft dan op de balans een negatieve impact zolang de opties lopen en de aandelen doorstijgen. Maar als ze aflopen en ik heb de aandelen nog is die negatieve post weer weg. Scheelt mij elk jaar al een stuk belasting maar hoe gaan ze dit dan zien vanaf 2028?

    1. Ik verwacht zo voor jouw covered calls (wetgeving is overigens nog niet definitief):

      – Ontvangen premies: belast als direct rendement
      – Negatieve positie opties: telt mee als schuld
      – Waardestijging opties (ongunstig): jaarlijks belast als negatief rendement
      – Aflopen opties: positieve waardeverandering verlaagt belastbaar rendement

      Alle tussentijdse waardeveranderingen worden meegenomen, niet alleen de stand op 1 januari.

      Voordelen

      – Premies en verliezen op aflopende opties verrekenen met elkaar
      – Transactiekosten aftrekbaar
      – Verliezen onbeperkt voorwaarts verrekenbaar (drempel โ‚ฌ500/jaar)

      Je covered call strategie blijft werken, maar belasting wordt jaarlijks afgerekend over alle waardeveranderingen in plaats van alleen op de peildatum.