Status (laatst bijgewerkt: 5 juni 2026). De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 aan op 12 februari 2026. Het ligt nu bij de Eerste Kamer, waar de behandeling loopt. Staatssecretaris Eelco Eerenberg onderzoekt verzachtingen en komt vóór de zomer met een brief over uitvoerbaarheid, dekking en die maatregelen; een eventuele aanpassing loopt dan via een novelle gekoppeld aan het Belastingplan 2027. Tot het nieuwe stelsel ingaat, blijft het huidige forfaitaire stelsel met tegenbewijsregeling gelden.
Vanaf 1 januari 2028 wil de overheid box 3 niet langer belasten op basis van een fictief rendement, maar op je werkelijke rendement: de rente, dividend en huur die je ontvangt, plus de waardeontwikkeling van je vermogen. Het voorgestelde tarief is 36%, met een heffingsvrij resultaat van € 1.800 per persoon. De wet is nog niet definitief — de Eerste Kamer moet nog instemmen. De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel voorlopig met “potlood” ingepland voor behandeling op 23 juni. Ondertussen werkt staatssecretaris Eelco Eerenberg aan mogelijke aanpassingen, waaronder ruimere verliesverrekening. Daardoor groeit in de senaat de twijfel of behandeling vóór de zomer nog wel zinvol is.
Voor beleggers heeft dit in eerste instantie een fors negatieve impact op de opbouw van vermogen. Maar de transitie verloopt mogelijk in twee fasen, en vanaf op zijn vroegst 2029 zou de impact juist positief kunnen worden. In dit artikel leg ik uit wat er verandert, wat het betekent voor je route naar financiële onafhankelijkheid (FIRE), en wat je nu al kunt doen.
Waarom verandert de box 3-belasting?
De aanleiding voor het nieuwe stelsel ligt in het zogeheten ‘Kerstarrest’ van de Hoge Raad van 24 december 2021. De hoogste rechter oordeelde dat het belasten van vermogen op basis van fictieve rendementen in strijd is met het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). Het oude stelsel werkt discriminerend, omdat het geen rekening houdt met de werkelijke samenstelling van iemands vermogen, noch met het daadwerkelijk behaalde rendement.
Ook de overbruggingswetgeving met aangepaste fictieve percentages werd in 2024 door de Hoge Raad als discriminerend aangemerkt. Dat leidde tot de huidige tegenbewijsregeling en uiteindelijk tot dit nieuwe wetsvoorstel.
Wat verandert er in box 3 vanaf 2028?
In het huidige stelsel betaal je belasting over een fictief rendement dat de Belastingdienst aanneemt. Vanaf 2028 betaal je belasting over je werkelijk behaalde rendement. Dat omvat directe opbrengsten zoals rente, dividend en huur, én de waardeontwikkeling van je bezittingen. Win je waarde, dan betaal je; verlies je waarde, dan is dat aftrekbaar.
Het belangrijkste verschil is dus de grondslag: het huidige stelsel werkt met vaste rendementspercentages, terwijl het nieuwe stelsel uitgaat van wat je daadwerkelijk verdient. Ook nieuw is de kostenaftrek — vanaf 2028 mag je kosten zoals bankkosten, transactiekosten en onderhoudskosten van vastgoed aftrekken van je rendement. Voor het lopende belastingjaar 2026 geldt nog het huidige forfaitaire stelsel met tegenbewijsregeling.
Wat is werkelijk rendement?
Werkelijk rendement is het daadwerkelijke resultaat op je vermogen in een jaar, en bestaat uit twee delen. De reguliere voordelen zijn rente, dividend, huur en pacht. Daarnaast telt de waardeontwikkeling mee: de winst of het verlies op bijvoorbeeld aandelen, obligaties en crypto. Samen vormen die je belastbare rendement, verminderd met aftrekbare kosten.
Aftrekbaar zijn onder meer: betaalde rente op schulden, beheerkosten van bankrekeningen, transactiekosten bij aan- en verkoop van beleggingen, en onderhoudskosten van onroerend goed. Dit is een fundamenteel verschil met het huidige stelsel, waarin dergelijke kosten niet in mindering kunnen worden gebracht op het forfaitaire rendement.
Vermogensaanwas of vermogenswinst — wat is het verschil?
Het nieuwe stelsel gebruikt twee systemen naast elkaar. Bij een vermogensaanwasbelasting betaal je elk jaar belasting over de waardestijging, ook als je nog niets hebt verkocht. Bij een vermogenswinstbelasting betaal je pas bij verkoop, over de gerealiseerde winst. De hoofdregel wordt vermogensaanwas; vastgoed en aandelen in start-ups en scale-ups vallen onder vermogenswinst.
| Kenmerk | Vermogensaanwasbelasting | Vermogenswinstbelasting |
|---|---|---|
| Wanneer belast | Jaarlijks, over de waardeontwikkeling | Pas bij verkoop (realisatie) |
| Geldt voor | Spaargeld, aandelen, obligaties, crypto | Onroerend goed, aandelen start-ups/scale-ups |
| Belast bij niet-verkocht bezit | Ja, ook ongerealiseerde winst | Nee |
| Gevolg voor jou | Mogelijk belasting zonder dat er geld vrijkomt | Belasting valt samen met de verkoopopbrengst |
Belangrijk om te weten: de transitie verloopt waarschijnlijk in twee fasen. In eerste instantie (gepland voor 2028) krijg je te maken met de vermogensaanwasbelasting. Op zijn vroegst vanaf 2029 zou een overstap naar een volledige vermogenswinstbelasting volgen. Dat onderscheid is voor beleggers cruciaal — verderop leg ik uit waarom fase twee juist gunstig kan uitpakken.
Het belasten van ongerealiseerde waardestijgingen is het meest controversiële onderdeel van het nieuwe stelsel. Bij vermogensaanwasbelasting betaal je jaarlijks 36% belasting over papieren winst die je nog niet hebt verzilverd, wat kan leiden tot een ‘liquiditeitsval’. Stel: je beleggingsportefeuille groeit in 2028 met € 10.000, dan betaal je in 2029 € 2.952 belasting — (€ 10.000 − € 1.800) × 36%. Daalt de koers vervolgens sterk, dan heb je belasting betaald over winst die inmiddels verdampt is. Je mag het verlies wel verrekenen met toekomstige winsten, maar de overheid heeft de winst al geïncasseerd terwijl jij het marktrisico draagt.
Wat betekent het nieuwe stelsel voor spaarders?
Voor spaarders sluit de belasting straks aan op de werkelijk ontvangen rente. Is de spaarrente laag, dan betaal je weinig; is die hoog, dan betaal je meer. Dat is een verschil met het huidige stelsel, waarin over spaargeld met een laag forfaitair rendement wordt gerekend dat soms hoger of lager uitvalt dan je echte rente.
Rekenvoorbeeld spaarder. Stel je hebt € 80.000 op een spaarrekening met 2,5% rente. Je werkelijke rendement is dan € 2.000 per jaar. Na aftrek van het heffingsvrije resultaat van € 1.800 betaal je belasting over € 200: € 200 × 36% = € 72. Het nieuwe stelsel is dus voordelig voor spaarders met lage rendementen, maar kan duurder uitpakken bij hogere spaarrentes.
Wat betekent het voor beleggers en je FIRE-route?
Voor beleggers is de vermogensaanwasbelasting het grote aandachtspunt. Je betaalt straks jaarlijks belasting over de waardestijging van je beleggingen — ook over aandelen die je niet hebt verkocht. In een goed beursjaar kan dat betekenen dat je belasting moet betalen zonder dat er geld is vrijgekomen.
De impact op je rendement is reëel. Stel je behaalt met een wereldwijd gespreide index (zoals de MSCI ACWI index) een historisch gemiddelde van 9%:
- Nu: de belastingdruk komt neer op circa 2,16% (6,00% forfait × 36%). Netto rendement: 6,84%.
- Vanaf 2028: 36% belasting over die 9% winst betekent een druk van 3,24%. Netto rendement: 5,76%.
Dit lijkt een klein verschil, maar door het wegvallen van het rente-op-rente-effect over de reeds afgedragen belasting loopt de schade op de lange termijn flink op. Volgens een recente deep dive kan het eindkapitaal in het nieuwe stelsel tot wel een factor 3,5 lager uitvallen dan onder het huidige regime. Houd er rekening mee dat dit modelmatige schattingen zijn, sterk afhankelijk van de aannames.
Je gaat bovendien al bij een veel lager vermogen belasting betalen. Door het heffingsvrije resultaat van € 1.800 op de winst betaal je — uitgaande van datzelfde rendement van 9% — al box 3-belasting vanaf een belegd vermogen van ongeveer € 20.000. Een belangrijk pluspunt blijft wel dat verliezen voortaan verrekenbaar zijn met toekomstige winsten.
Tip: gebruik de FOB-vergelijker voor indexfondsen, ETF’s en brokers om te zien waar je het voordeligst belegt.
Langer doorwerken voor FIRE?
De cijfers liegen niet: de opbouwfase wordt zwaarder onder het nieuwe belastingstelsel. Uit de deep-dive-berekeningen blijkt dat een gemiddelde FIRE-aspirant rekening moet houden met een verlenging van de opbouwfase met bijna 4 jaar. Dat is fors, maar het maakt financiële vrijheid zeker niet onmogelijk.
Drie risico’s voor beleggers rond de overgang naar 2028
Naast de structureel hogere belastingdruk lopen beleggers door de overgang drie specifieke risico’s. In het slechtste geval kun je tientallen procenten van je vermogen kwijtraken zonder dat je daadwerkelijk rendement hebt gemaakt.
1. Het overgangsrisico: verlies van vóór 2028 telt niet mee
Verliesjaren van vóór 2028 kunnen niet worden meegenomen naar het nieuwe stelsel. Daalt de beurs vóór 2028 en herstelt die daarna, dan betaal je belasting over de stijging vanaf het dieptepunt — ook al is dat in feite niets meer dan herstel van eerder verlies.
Een voorbeeld. Je hebt € 100.000 belegd. Tussen nu en 1 januari 2028 daalt de waarde met 57%, zoals tijdens de kredietcrisis van 2008. Op de peildatum heb je nog € 43.000. Herstelt de beurs daarna volledig naar € 100.000, dan heb je feitelijk geen rendement gemaakt — maar volgens de Belastingdienst boekte je € 57.000 winst. Daarover betaal je 36%: € 20.520. Na herstel houd je dus geen € 100.000 over maar € 79.480. Je bent ruim 20% van je vermogen kwijt zonder ook maar enige echte winst.
2. Het correctierisico: belasting over winst die later verdampt
In het nieuwe stelsel betaal je jaarlijks 36% over niet-gerealiseerde koerswinst. Boek je in 2028 en 2029 samen ruim 40% winst — zoals in 2023-2024 — dan reken je daarover af, ook zonder de winst te verzilveren. Daalt de beurs daarna met 40%, dan krijg je niets terug. Er bestaat wel verliesverrekening, maar die kent harde grenzen: alleen voor verliezen ná 2028, alleen boven de drempel van € 500, en alleen met toekomstige box 3-inkomsten zolang je in Nederland belastingplichtig bent.
Stop je met beleggen of emigreer je, dan kan de verliesverrekening dus grotendeels of geheel onbenut blijven. Ook hier geldt: je kunt effectief tientallen procenten van je vermogen kwijtraken zonder structureel rendement te hebben behaald.
3. Het liquiditeitsrisico: gedwongen verkopen op een slecht moment
Je moet vanaf 2028 jaarlijks belasting betalen over niet-gerealiseerde winst. Zit al je vermogen vast in beleggingen, dan kun je gedwongen worden te verkopen om de aanslag te voldoen — mogelijk op een ongunstig moment.
Stel je hebt € 100.000 belegd en maakt € 27.000 winst, zoals in 2019. Daarover ben je bijna € 10.000 belasting verschuldigd. Daalt de beurs op het moment van betalen met 50%, dan krimpt je vermogen naar € 63.500; na het betalen van de belasting blijft € 53.500 over om mee te herstellen. Herstelt de beurs volledig, dan kom je uit op € 107.000 — terwijl je zonder die tussentijdse daling € 117.000 zou hebben gehad. Door op een slecht moment te moeten liquideren ben je effectief bijna 10% kwijt. Een cashbuffer van ongeveer 10% van je beleggingen is meestal groot genoeg om dit risico op te vangen.
De oplossingen voor deze drie risico’s komen grotendeels overeen: beleggingen (deels) omzetten in spaargeld of deposito’s, pensioenbeleggen, of beleggen via een BV. Die bespreek ik verderop in Box 3-belasting vermijden of beperken.
Voor wie de risico’s kwantitatief wil doorgronden: op r/DutchFIRE staan risicosimulaties die de overgang doorrekenen.
De paradox — minder eindkapitaal, maar meer veiligheid?
Interessant genoeg pakt het nieuwe stelsel gunstig uit voor het sequence of returns risk: het gevaar dat een beurscrash vlak na je pensioendatum je portefeuille decimeert. Omdat je in het nieuwe stelsel bij verlies geen belasting betaalt én dat verlies mag verrekenen met latere winstjaren, fungeert de overheid als een soort schokdemper tijdens slechte beursjaren. Daardoor daalt de faalkans van je portefeuille.
Dat compenseert deels de daling van de SWR (Safe Withdrawal Rate — hoeveel je per jaar veilig aan je vermogen kunt onttrekken) door het lagere verwachte eindkapitaal. Voor een portefeuille van 80% aandelen en 20% spaargeld/obligaties over 30 jaar zou de SWR binnen de aannames van de deep dive dalen van ongeveer 3,3% naar circa 3,0%.
Hoeveel belasting betaal je in het nieuwe box 3-stelsel?
Het voorgestelde tarief is 36% over je werkelijke rendement. Daarop geldt een heffingsvrij resultaat van € 1.800 per persoon: over de eerste € 1.800 rendement betaal je geen belasting. Pas over het rendement daarboven reken je 36%. Fiscale partners kunnen het heffingsvrije resultaat samen benutten.
Rekenvoorbeeld. Stel je behaalt € 5.000 werkelijk rendement uit dividend, rente en waardestijging, en je hebt € 200 aan transactiekosten gemaakt. Je netto rendement is € 4.800. Na aftrek van het heffingsvrije resultaat: € 4.800 − € 1.800 = € 3.000. Hierover betaal je 36%: € 3.000 × 0,36 = € 1.080 belasting. Met een fiscaal partner kun je samen € 3.600 heffingsvrij laten (2 × € 1.800). Bereken je eigen situatie met onze vermogensbelasting calculator.
Wat als je in een jaar verlies maakt?
Een negatief rendement mag je verrekenen met positief rendement in latere jaren (carry-forward). Daarbij geldt een verliesdrempel van € 500: de eerste € 500 verlies in een jaar is niet verrekenbaar, het meerdere wel. Achterwaartse verrekening met eerdere jaren is in het huidige voorstel niet opgenomen — al staat dat punt politiek volop ter discussie.
Een motie van ChristenUnie en JA21 om achterwaartse verliesverrekening (carry-back) mogelijk te maken werd in februari 2026 door een meerderheid van de Tweede Kamer aangenomen, met steun van coalitiepartij VVD. In reactie daarop liet het kabinet weten te onderzoeken of een carry-back van één jaar kan worden ingevoerd vanaf 2029 — verliezen uit 2029 zouden dan voor het eerst verrekend kunnen worden met box 3-inkomen uit 2028. De geschatte budgettaire derving bedraagt circa 3,4 miljard euro over de eerste vijf jaar. Of deze wijziging doorgaat, hangt af van de uitvoerbaarheid en de financiële dekking; eventuele aanpassingen zouden kunnen meelopen in het Belastingplan 2027. Volg het statusblok bovenaan voor de actuele stand.
Vermogenswinstbelasting vanaf 2029 — het goede nieuws
Het potentieel echt goede nieuws gloort aan de horizon vanaf 2029. Als box 3 daadwerkelijk overgaat op een volledige vermogenswinstbelasting (belasten bij verkoop), wordt de situatie vergelijkbaar met — of zelfs gunstiger dan — de huidige box 2-constructies, en duidelijk beter dan de vermogensaanwasbelasting. Het rendement-op-rendement-effect werkt dan namelijk weer volledig in jouw voordeel.
In box 2 heb je nu al een vorm van vermogenswinstbelasting: je betaalt pas bij realisatie van de winst, mag verliezen verrekenen, en de gecombineerde belastingdruk ligt rond de 39%. Als box 3 straks ook pas heft bij realisatie, maar tegen een tarief van 36% inclusief verliesverrekening, ben je onder de streep waarschijnlijk zelfs beter af dan in box 2. Je profiteert dan van:
- Een lager belastingtarief (36% versus ongeveer 39%).
- Belastinguitstel tot het moment van verkoop, inclusief verliesverrekening.
- Het ontbreken van de extra kosten en administratieve rompslomp van een box 2-constructie.
In dat scenario zou de weg naar FIRE zelfs eenvoudiger en toegankelijker kunnen worden dan onder het huidige stelsel. Belangrijke kanttekening: de stap naar een volledige vermogenswinstbelasting is een politiek voornemen, geen vaststaand feit — de planning en vormgeving kunnen nog verschuiven.
Wat betekent het voor vastgoedbezitters?
Voor onroerend goed geldt een vermogenswinstbelasting: de waardestijging belast je pas bij verkoop, niet jaarlijks. De directe opbrengst wordt wél ieder jaar belast, en daarvoor onderscheidt het voorstel drie situaties. Is een woning ten minste 90% van het jaar verhuurd, dan betaal je over de ontvangen huur- en pachtinkomsten. Staat de woning het hele jaar niet verhuurd, dan geldt een vastgoedbijtelling van 3,35% van de WOZ-waarde. Bij gemengd gebruik (minder dan 90% verhuurd) betaal je over het hóógste van de werkelijke huurinkomsten of die vastgoedbijtelling. Jaarlijkse onderhouds- en periodieke kosten zijn in alle drie de gevallen aftrekbaar; verbeteringskosten worden geactiveerd. Het kabinet wil het percentage van de vastgoedbijtelling voor het eerst na vijf jaar herijken, en doet aanvullend onderzoek naar vakantiewoningen in eigen bezit.
Als startpunt voor de waardebepaling geldt de waarde op 1 januari 2028 (voor woningen de WOZ-waarde, voor niet-woningen de waarde in het economisch verkeer). Waardestijging vóór die datum blijft buiten de heffing. Bij verkoop wordt het verschil tussen de verkoopprijs en die startwaarde belast, waarbij je verbeteringskosten vanaf 1 januari 2028 mag aftrekken, mits goed gedocumenteerd.
Box 3-belasting vermijden of beperken
Wil je beleggen maar de box 3-belasting en de overgangsrisico’s beperken, dan kan pensioenbeleggen een overweging waard zijn. Je hebt daarvoor jaarruimte of reserveringsruimte nodig. Zie deze blogpost voor uitleg en details.
Tijdelijk overstappen op een depositoladder kan ook, al kost dat mogelijk flink wat rendement. En je zou kunnen overwegen om vanuit box 2 (een BV) te beleggen — dat heeft zijn eigen aandachtspunten. Welke route het beste past, hangt sterk af van je persoonlijke situatie.
Wat moet je nu al doen?
Tot 2028 verandert er niets aan je aangifte: het huidige stelsel blijft gelden. Wel is het verstandig om vanaf nu je kosten en transacties bij te houden, want die worden in het nieuwe stelsel relevant. Bereken wat je nu betaalt met onze vermogensbelasting calculator en lees over het huidige jaar op onze pagina over vermogensbelasting.
Wanneer gaat het nieuwe box 3-stelsel in?
De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028. Voorwaarde is dat de Eerste Kamer het wetsvoorstel aanneemt; een definitieve stemdatum is er nog niet. Eerder werd invoering in 2026 en daarna 2027 uitgesteld. Tot de invoering blijft het huidige forfaitaire stelsel met tegenbewijsregeling gelden, ook voor 2026 en 2027.
Tijdlijn en status van het wetsvoorstel
- 19 mei 2025 — wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 aangeboden aan de Tweede Kamer.
- 12 februari 2026 — de Tweede Kamer neemt het wetsvoorstel aan.
- 25 februari 2026 — staatssecretaris Eelco Eerenberg kondigt aan het voorstel te willen aanpassen vanwege verwachte weerstand in de Eerste Kamer.
- 26 februari 2026 — de Tweede Kamer neemt een motie aan die het kabinet vraagt in te zetten op achterwaartse verliesverrekening.
- 6 maart 2026 — Kamerbrief: het kabinet houdt vast aan invoering per 2028 en onderzoekt carry-back vanaf 2029.
- 19 mei 2026 — Deskundigen-bijeenkomsten in Eerste Kamer
- Vóór de zomer 2026 — staatssecretaris Eerenberg stuurt een brief over de verzachtende moties (o.a. carry-back en actualisering vastgoedbijtelling), de uitvoerbaarheid en de dekking. Een eventuele aanpassing loopt via een novelle bij het Belastingplan 2027.
- 23 juni 2026? — behandeling in de Eerste Kamer; de definitieve stemdatum is nog niet bekend.
Veelgestelde vragen
Nee. Voor 2026 en 2027 geldt nog het huidige forfaitaire stelsel met tegenbewijsregeling. Het nieuwe stelsel geldt pas vanaf belastingjaar 2028, en alleen als de Eerste Kamer instemt.
Bij beleggingen wel: onder de vermogensaanwasbelasting telt ook de waardestijging van niet-verkochte bezittingen mee. Bij vastgoed niet — daar wordt de waardestijging pas bij verkoop belast.
Het voorstel kent een heffingsvrij resultaat van € 1.800 per persoon. Over rendement tot dat bedrag betaal je geen belasting.
Cryptocurrency valt onder de vermogensaanwasbelasting. Je betaalt dus jaarlijks belasting over het werkelijke rendement: zowel over koerswinst (ook als je niet verkoopt) als over opbrengsten zoals staking rewards. Transactiekosten bij aan- en verkoop van crypto zijn aftrekbaar.
Ja. Fiscale partners kunnen hun gezamenlijke box 3-rendement naar eigen inzicht verdelen en zo samen € 3.600 heffingsvrij laten (2 × € 1.800). De verdeling hoeft niet 50/50 te zijn, maar moet samen wel op 100% uitkomen.
Maakt de mogelijke overstap naar een vermogenswinstbelasting in 2029 voor jou de tussenperiode in 2028 acceptabel? Of overweeg je nu serieus een overstap naar pensioenbeleggen, deposito’s, box 2 of iets anders? Laat het weten in de reacties.
Dan zie je mijn kijk op wat je gezocht hebt,
ook als je niet wist dat ik erover geschreven heb.




Geef een reactie