Je jaarruimte is het bedrag dat je dit jaar extra opzij mag zetten voor je pensioen én mag aftrekken van je inkomen. In 2026 is de maximale jaarruimte € 35.589. Wat jij persoonlijk mag inleggen hangt af van je inkomen in 2025 en van het pensioen dat je al opbouwt.
Heb je de afgelopen jaren niet alles benut, dan komt daar reserveringsruimte bij. Die is in 2026 maximaal € 42.753. Hieronder laat ik zien hoe je allebei uitrekent en wat het benutten ervan je oplevert.
Ik gebruik mijn eigen jaarruimte al jaren. Het fiscale voordeel is voor mij de belangrijkste reden om een deel van mijn vermogen op een pensioenrekening te zetten in plaats van in box 3.
Let op: met beleggen kun je jouw inleg verliezen.
Wat is jaarruimte?
Jaarruimte is de ruimte die je hebt om belastingvrij een aanvullend pensioen op te bouwen. Je trekt de inleg af van je inkomen in box 1, en over het opgebouwde vermogen betaal je geen vermogensbelasting. Je hebt alleen jaarruimte als je een pensioentekort hebt: je bouwt via je werkgever te weinig pensioen op, of je bouwt helemaal niets op.
Je legt het geld in op een lijfrenterekening, ook wel pensioenrekening genoemd. Dat kan een spaarrekening zijn of een beleggingsrekening; fiscaal maakt dat niets uit. Pas als je met pensioen gaat en het bedrag laat uitkeren, betaal je er inkomstenbelasting over.
De pensioenpremie die je werkgever op je loon inhoudt mag je niet zelf aftrekken. Die is al verwerkt in je brutoloon.
Hoe bereken je je jaarruimte?
Je jaarruimte voor 2026 bereken je met je gegevens over 2025. De basis is je premiegrondslag: je inkomen min de AOW-franchise van € 19.172. Daarvan mag je 30% opzij zetten, verminderd met het pensioen dat je in 2025 al via je werkgever hebt opgebouwd.
Die laatste stap is waar de meeste mensen op vastlopen. Daarvoor heb je factor A nodig, en die staat niet op je loonstrook.
Met het rekentooltje van Brand New Day reken je je jaarruimte uit; je kunt daar ook hulp krijgen bij de berekening. De Belastingdienst heeft zelf ook een rekenhulp, het Hulpmiddel Lijfrentepremie.
Wat is factor A en waar vind je die?
Factor A is het bedrag aan pensioen dat je in een jaar via je werkgever hebt opgebouwd. Je vindt hem op je Uniform Pensioenoverzicht, het UPO. Voor je jaarruimte in 2026 heb je factor A over 2025 nodig.
Bouw je geen pensioen op via een werkgever, bijvoorbeeld als zzp’er, dan heb je geen factor A nodig. Je premiegrondslag wordt dan nergens mee verlaagd, en je jaarruimte valt navenant hoger uit.
Wat heb je nodig voor de berekening?
- je aangifte inkomstenbelasting over 2025, of je inkomensgegevens over dat jaar
- de opgave van je pensioenaangroei over 2025 (factor A) van je pensioenfonds of pensioenverzekeraar
- wil je ook je reserveringsruimte berekenen: je inkomensgegevens en pensioenopbouw over 2016 tot en met 2025
Wat is de maximale jaarruimte in 2026?
De maximale jaarruimte is in 2026 € 35.589. Dat maximum haal je alleen bij een inkomen van € 137.800 of hoger én zonder enige pensioenopbouw via een werkgever. Bouw je wel pensioen op, dan ligt jouw jaarruimte lager — vaak een stuk lager.
| Parameter 2026 | Bedrag |
|---|---|
| AOW-franchise | € 19.172 |
| Maximale premiegrondslag | € 118.628 |
| Maximaal meetellend inkomen | € 137.800 |
| Opbouwpercentage | 30% |
| Maximale jaarruimte | € 35.589 |
| Maximale reserveringsruimte | € 42.753 |
Deze bedragen worden elk jaar opnieuw vastgesteld. Reken je jaarruimte over een ouder jaar uit, dan gelden de parameters van dát jaar.
Hoeveel jaar mag je terugkijken voor reserveringsruimte?
Tien jaar. Daarvóór was dat zeven jaar; de Wet toekomst pensioenen heeft die termijn verlengd. Voor 2026 betekent het dat je jaarruimte die je in 2016 tot en met 2025 niet hebt gebruikt, alsnog mag inleggen en aftrekken.
Die niet-gebruikte ruimte heet reserveringsruimte. In 2026 is die maximaal € 42.753. Je mag hem naast je gewone jaarruimte inleggen.
Wat je stort, gaat eerst af van je oudste nog openstaande jaarruimte. Dat is ook de ruimte die als eerste vervalt: elk jaar schuift het venster van tien jaar een jaar op. Wachten kost je dus ruimte aan de achterkant.
Juist door die tien jaar hebben veel mensen meer ruimte dan ze denken. Reken je reserveringsruimte daarom altijd samen met je jaarruimte uit, niet apart.
Wat veranderde er met de Wet toekomst pensioenen?
De Wet toekomst pensioenen ging op 1 juli 2023 in, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2023. Voor je jaarruimte veranderden er drie dingen: het opbouwpercentage ging fors omhoog, de terugkijktermijn voor reserveringsruimte ging van zeven naar tien jaar, en je mag langer doorleggen.
Dat laatste betekent dat je tot vijf jaar ná je AOW-leeftijd mag blijven inleggen. Daarvoor hield het op bij de AOW-leeftijd zelf.
Zowel mensen in loondienst als zelfstandigen kunnen jaarruimte hebben. Als zzp’er kun je daarnaast je oudedagsreserve of je stakingswinst omzetten in een lijfrente. Daarvoor gelden aparte voorwaarden en termijnen.
Wat levert het benutten van je jaarruimte op?
Het voordeel bestaat uit drie delen. Je trekt de inleg nu af tegen je hoogste tarief, je betaalt over het opgebouwde vermogen geen vermogensbelasting, en bij uitkering val je vaak in een lager tarief. Die drie stapelen op elkaar.
Het eerste deel is het grootste en het meest zekere. Leg je € 10.000 in en betaal je 49,5% inkomstenbelasting, dan krijg je € 4.950 terug via je aangifte. Val je in de eerste schijf, tegen 35,75%, dan is dat € 3.575.
Het tweede deel: vermogen op een pensioenrekening zit in box 1 en telt niet mee voor de vermogensbelasting. Over beleggingen in box 3 betaal je in 2026 2,16% per jaar over het deel boven de vrijstelling van € 59.357.
Vanaf 2028 verandert box 3 ingrijpend: er komt dan een heffing over je werkelijke rendement. Hoe dat er precies uit gaat zien staat nog niet vast — het wetsvoorstel ligt aangehouden in de Eerste Kamer en het kabinet onderzoekt verzachtingen. Ik reken daar dus niet op vooruit; de stand van zaken houd ik bij op mijn pagina over box 3 in 2028.
Wat die drie voordelen samen doen, heb ik op het huidige stelsel doorgerekend voor mijn eigen situatie: in dezelfde fondsen houd ik via een pensioenrekening op de lange termijn bijna 4x zoveel over als via box 3. De berekening en de aannames staan in mijn review van Brand New Day, de aanbieder waar ik zelf mijn pensioen beleg.
Hoeveel scheelt het tarief bij uitkering?
Het tariefvoordeel is precies één belastingschijf breed. Heb je de AOW-leeftijd bereikt, dan betaal je over de eerste schijf 17,85% in plaats van 35,75%, omdat je geen AOW-premie meer afdraagt. Boven die schijf is het tarief gelijk aan dat in je opbouwfase.
| Schijf 2026 | Inkomen | Tijdens opbouw | Na AOW-leeftijd |
|---|---|---|---|
| 1 | tot en met € 38.883 | 35,75% | 17,85% |
| 2 | € 38.883 tot en met € 78.426 | 37,56% | 37,56% |
| 3 | boven € 78.426 | 49,50% | 49,50% |
Het verschil in schijf 1 is 17,9 procentpunt. Dat is het echte tariefvoordeel, en het geldt alleen voor het deel van je uitkering dat in die schijf valt.
Daar komt bij dat je AOW die schijf al deels vult. Vanaf 1 juli 2026 is de AOW inclusief vakantiegeld ongeveer € 21.203 bruto per jaar als je alleen woont, en € 14.571 per persoon als je samenwoont.
| Situatie | AOW bruto per jaar | Ruimte over in schijf 1 |
|---|---|---|
| Alleenstaand | € 21.203 | € 17.680 |
| Samenwonend, per persoon | € 14.571 | € 24.312 |
Wie alleen woont kan dus ongeveer € 17.680 per jaar aan lijfrente laten uitkeren tegen 17,85%. Over alles daarboven geldt 37,56%. Bij een grote pot houdt spreiden van de uitkering over meer jaren dus meer in de eerste schijf.
Kon je een storting destijds niet aftrekken, bijvoorbeeld omdat je jaarruimte te laag was, dan wordt daar bij uitkering rekening mee gehouden. Je betaalt dan alleen belasting over het deel boven die niet-afgetrokken inleg.
Wanneer moet je inleggen?
Je mag een storting alleen aftrekken in het jaar waarin je hem hebt betaald. Wil je je jaarruimte over 2026 gebruiken, dan moet het geld uiterlijk op 31 december 2026 zijn overgemaakt. Stort je later, dan telt het voor 2027.
Reken je ruimte daarom in het najaar uit en niet in maart. Dan heb je nog tijd om een rekening te openen en het bedrag over te maken voordat het jaar om is.
Geef een reactie